‘Die spermadokter in Oosterbeek beunde er gewoon een beetje bij’

podcast + VIDEOEen gepensioneerde huisarts uit Oosterbeek runde in de jaren 70 en 80 een particuliere vruchtbaarheidskliniek. Het mocht, regels waren er nog amper. Veertig jaar later zijn de donorkinderen op zoek naar hun vader en zet een gynaecoloog vraagtekens bij de gang van zaken. 

Het is mei 1973, 10.25 uur op een dinsdagochtend, als Willy Egbers naar de de vruchtbaarheidskliniek in Oosterbeek loopt. Hij herinnert zich wat de dokter tegen hem heeft gezegd: een zaaddonor moet niet te vroeg en niet te laat komen. In zijn binnenzak heeft hij een potje verse sperma dat hij dicht tegen zich aandrukt om het goed warm te houden. Hij mag niet bij de voordeur aanbellen; hij moet achterom, via de keuken.

Het is de eerste keer dat Egbers zijn bijdrage levert. Dat zal hij daarna nog zeven jaar lang, een keer per maand, blijven doen. En zo wordt hij de biologische vader van een groot aantal donorkinderen.

Dit is mijn verwekplek

Volledig scherm
Donorkinderen bij de voormalige vruchtbaarheidskliniek in Oosterbeek. © Rolf Hensel

Meer dan 46 jaar later, zaterdag 7 september 2019. Marianne van Bussel uit Uden loopt mee in de Airborne Wandeltocht. Bij een negentiende-eeuws herenhuis in Oosterbeek houdt ze haar pas in. Dus dit is mijn verwekplek, denkt ze. Dit is het adres van de vruchtbaarheidskliniek waar haar vader en moeder eind jaren 70 naar toe zijn verwezen.

Marianne is al jaren op zoek naar haar biologische vader. Het plan dat ze bedacht had, durft ze bij nader inzien toch niet uit te voeren. Ze wilde een flyer laten drukken met daarop een foto van haar gezicht, waarvan de helft blanco was met een vraagteken erin. Daaronder de vraag: ben jij misschien de andere helft?

Ze deed het niet. Ze baalt. Een gemiste kans om haar oproep onder de aandacht van ruim 30.000 wandelaars te brengen. ,,Ik ben de schaamte voorbij. Hoe ik hem vind, maakt niet uit. Als ik hem maar vind.”

Kinderarts in ruste

Dit is het verhaal van de verdwenen spermakliniek van een kinderarts in ruste (1906-2001) die in Oosterbeek neerstrijkt. Hij begon, na zijn pensioen, in 1971 een huisartsenpraktijk en niet veel later een particuliere vruchtbaarheidskliniek, met als specialisatie Kunstmatige Inseminatie Donorsperma (KID).

Het gebeurde in een tijd dat kunstmatige inseminatie nog in de kinderschoenen stond en Nederland maar een paar klinieken telde. Regels waren er nog amper op dit terrein. De Oosterbeekse arts, wiens vrouw Emma bij de Arnhemse abortuskliniek Mildredhuis werkte, ging gewoon aan de slag. In zijn eentje.

De loop kwam er al snel in bij Kliniek Oosterbeek. Van heinde en verre kwamen wensouders, van wie de man onvruchtbaar was of zwak zaad had, naar het dorp bij Arnhem. Vanuit heel Nederland – en vooral Limburg, Brabant en Gelderland – stuurden huisartsen en gynaecologen mensen met een kinderwens door naar Oosterbeek. Voor de dokter was de grootste uitdaging om zaaddonoren te werven. Hij vond ze. Soms letterlijk om de hoek.

Lees verder onder de video.

Quote

Ik ben de schaamte voorbij. Hoe ik mijn biologi­sche vader vind, maakt niet uit. Als ik hem maar vind

Marianne van Bussel