Volledig scherm
De ravage op de A2 was groot © anp

Doodrijder A2 wacht straks pittige rechtszaak

De automobilist die woensdag een dodelijk ongeluk veroorzaakte op de A2 bij Maarssen, kan een pittige rechtszaak tegemoet zien. Verkeerszaken staan bol van emotie en bepalen letterlijk of iemand verantwoordelijk is voor de dood van een ander. Welke factoren gaan straks een rol spelen? Een overzicht.

Verkeerszaken vormen een aparte categorie in het strafrecht. Waar het bij verreweg de meeste misdrijven draait om een opzettelijke handeling, is dat in het verkeer zelden tot nooit het geval. Bijna niemand stapt immers in zijn auto om bewust een ander aan te rijden. Een rechtszaak over een ongeluk draait dan ook vooral om schuld.

Snelheid
De doodrijder op de A2 reed volgens getuigen met zeer hoge snelheid op de vluchtstrook. De automobilist zou 210 kilometer per uur hebben gereden en vervolgens op een voorganger zijn geklapt. Enkele getuigen stellen dat de automobilist niet eens de rem heeft gebruikt.

Heel simpel gesteld kun je in dit geval juridisch denken aan twee varianten: het strafrechtelijk gezien veel zwaardere 'doodslag' of de lichtere variant 'dood door schuld' via het verkeersrecht.

Volledig scherm
Brandweermannen en ambulancemedewerkers moesten een bekneld geraakte vrouw, de moeder van een gezin, uit een auto halen. Hun auto werd op de A2 geraakt door de hardrijder. © anp

Doodslag
In het verleden heeft het Openbaar Ministerie (OM) wel eens een poging gedaan om een doodrijder voor doodslag te laten veroordelen. Volgens strafrechtdeskundige Mathieu van Linde is dat echter niet succesvol gebleken.

,,In dat geval draait het om voorwaardelijk opzet. De automobilist moet dan willens en wetens het risico aanvaarden dat zijn gedrag de dood van een ander tot gevolg heeft. De Hoge Raad heeft echter gezegd dat je in dat geval wel moet kunnen bewijzen dat de automobilist zelf ook de kans heeft aanvaard dat hij of zij om het leven kan komen. Als je je namelijk bewust bent van het een, dan ben je dat ook van het ander. Die kans is er ook omdat het hier gaat tussen twee gelijkwaardige verkeersdeelnemers. In het bekende Porsche-arrest zien we dat de verdachte niet levensmoe was. Hij had de kans om zelf om het leven te komen niet genomen. Uit het arrest volgt dat voorwaardelijk opzet bij gelijkwaardige verkeersdeelnemers dus eigenlijk alleen kan als iemand zelf ook dood wil en die opzet daar op was gericht'', zegt hij.

Quote

Meerdere verkeers­fou­ten hoeven niet te betekenen dat er sprake is van bewuste roekeloos­heid

Mathieu van Linde, strafrechtdeskundige

Verkeersrecht
Omdat doodslag tot nu toe een lastige weg is gebleken, zal het OM in het geval van de doodrijder op de A2 mogelijk uiteindelijk gaan kiezen voor het qua strafmaat mildere verkeersrecht. In dat geval zijn er verschillende schuldvarianten. Van onvoorzichtig rijgedrag tot het zwaarste verwijt: bewuste roekeloosheid met de dood tot gevolg.

In de regel moet het OM bij roekeloosheid echter wel meerdere verkeersfouten kunnen bewijzen, stelt Van Linde. ,,De bewuste roekeloosheid staat erg in de belangstelling. De Hoge Raad lijkt nu te zeggen dat er meer nodig is voor bewuste roekeloosheid dan vroeger. Er wordt wel eens gezegd dat je een grote verkeersfout nodig hebt of een aantal kleinere. Maar zelfs meerdere verkeersfouten hoeven niet te betekenen dat er sprake is van bewuste roekeloosheid. Veel te hard rijden lijkt niet genoeg te zijn. Op de vluchtstrook rijden zou een tweede fout kunnen zijn, maar de lat is behoorlijk hoog gelegd, er zijn zelfs uitspraken waarbij enigszins te hard rijden met alcohol op niet werd gerekend tot bewuste roekeloosheid.''

Volledig scherm
Door het ongeval op de A2 bij Maarssen viel een dode. Zeven mensen raakten gewond, van wie enkelen ernstig. © anp

Straf
De strafmaxima voor het veroorzaken van de dood in het verkeer liggen vast. Bij onvoorzichtig rijgedrag kan een rechter maximaal drie jaar celstraf opleggen. Als de automobilist roekeloos heeft gereden gaat dat naar zes jaar gevangenisstraf. Die straf kan echter nog hoger uitvallen als er bijvoorbeeld sprake is van alcoholgebruik of andere grove verkeersfouten. Daarnaast kan de rechter een rijontzegging opleggen van maximaal vijf jaar. Bij recidive kan dat oplopen tot tien jaar.

Praktijk
In de praktijk worden maxima echter zelden tot nooit opgelegd. De landelijke richtlijn van de rechtspraak gaat bijvoorbeeld uit van een celstraf van vier jaar bij een doodrijder die onder invloed en roekeloos heeft gereden. In verkeerszaken zal ook zelden tot nooit sprake zijn van voorarrest.

De daadwerkelijke straf is afhankelijk van de omstandigheden van het specifieke geval en bijvoorbeeld het verleden van de verdachte. Als hij of zij eerder is veroordeeld voor verkeersdelicten zal dat strafverzwarend werken. Is de verdachte nooit eerder met het OM in aanraking geweest, dan zal dat in zijn voordeel werken. Ook zaken als spijt, medeleven en het schadeloos stellen van de nabestaanden weegt mee.