Volledig scherm
Het huis in de Porcellisstraat in Rotterdam, waar een vrouw ongeveer 10 jaar dood heeft gelegen in haar woning op de eerste verdieping. © anp

Elk jaar 36 'eenzame doden'

Elk jaar liggen minimaal 36 doden langer dan twee maanden onopgemerkt in huis. Dat blijkt uit een inventarisatie van 22 van de 24 GGD-regio's in Nederland. Forensisch artsen kijken niet op van deze 'woninglijken'. Sterker zelfs; op dit moment ligt vermoedelijk ergens iemand in huis die al maanden dood is.

Ongeloof, verbijstering, een zekere mate van opwinding. Dit kan niet waar zijn. Hoe weten de forensisch artsen dit zo zeker? Waar baseren ze deze informatie op?

Het is donderdag 21 november 2013 als een siddering gaat door het kantoor van Forensisch Artsen Rotterdam Rijnmond (FARR). De ontdekking van hun collega's in een bovenwoning in het Rotterdamse Oude Westen sijpelt door: er is een vrouw gevonden die liefst 10 jaar dood in huis ligt. 'Dit was echt heel bijzonder en schokkend', vertelt forensisch arts Koos van Leeuwen. 'Zo lang!'

Normaliter kijken de Rotterdamse artsen niet eens meer op van een lichaam dat 2 maanden of langer in een woning ligt. Jaarlijks schouwen ze zeker vijf van dergelijke lijken. De politie schakelt hen in als niet direct duidelijk is hoe mensen zijn gestorven, er geen behandelend arts beschikbaar is of als er aanwijzingen zijn voor een niet natuurlijke doodsoorzaak. De forensisch artsen moeten vaststellen of sprake is van een natuurlijke of niet natuurlijke dood.

Lijkschouwers
In het hele land bezoeken lijkschouwers duizenden woningen per jaar. Uit onderzoek van deze krant blijken jaarlijks zeker tientallen mensen te worden gevonden die meer dan 2 maanden daarvoor een stille dood stierven. Bij alle GGD-regio's vroeg het AD de cijfers op van het aantal lijkschouwingen bij onopgemerkte overledenen. De forensische afdelingen turven per jaar zeker 36 mensen die pas na twee maanden worden gevonden. Vermoedelijk ligt dat aantal nog hoger. Niet alle GGD-regio's konden de cijfers uit het registratiesysteem halen.

'Ik denk dat bijna wekelijks mensen worden gevonden die meer dan 2 maanden daarvoor zijn overleden', vermoedt Kees Das, hoofd van de forensische dienst van de Amsterdamse GGD. Zijn collega Marcel Buster onderzocht de dossiers van duizenden lijkschouwingen tussen 2005 en 2012. De belangrijkste conclusies: mensen die lange tijd dood in huis liggen zijn vaak mannen ouder dan 60 die alleen wonen en veelal met problemen als verslaving kampen.

Anja Machielse, universitair hoofddocent aan de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht, pleit voor een vangnet voor geïsoleerde mensen. 'Deze mensen weten vaak dat ze na hun overlijden lang niet worden gevonden. Dat vinden ze heel erg', weet de onderzoeker. Ze heeft veel contact met mensen die een teruggetrokken bestaan leiden. In de meeste gevallen kunnen zij niet anders dan zichzelf isoleren. Ze beschikken niet over goede sociale competenties, kunnen moeilijk contacten onderhouden en zijn keer op keer teleurgesteld door mislukte relaties.

Onder de mensen
Machielse: 'Ze kunnen toch gelukkig zijn op hun manier. Sommige mensen stappen dagelijks in de tram. Dan voelen ze zich onderdeel van de maatschappij, zonder dat ze met iemand praten.'

Hulpverleners kunnen een vertrouwensband met de zonderlingen opbouwen, stelt Machielse. Zolang ze niet te opdringerig zijn en het leven van deze mensen niet willen veranderen. De meeste geïsoleerden hechten grote waarde aan een contactpersoon. 'Als er maar één iemand is die weet dat ze bestaan, die weet hoe ze heten. Dat is vaak genoeg voor deze mensen.'

Reacties: researchteam@ad.nl
Twitter: @ADResearchteam