Volledig scherm
Een bordje met de naam van Willem Holleeder in de zwaarbeveiligde Bunker. © ANP

Geen ander hof voor Willem Holleeder in beroep strafzaak

Het hoger beroep in de grote liquidatiezaak tegen Willem Holleeder (61) zal gewoon door het Amsterdamse gerechtshof behandeld worden, zoals was gepland. Holleeders verzoek om een ander hof is maandag afgewezen.

De voor een reeks liquidaties tot levenslang veroordeelde Holleeder is bang dat hij bij het Amsterdamse gerechtshof geen eerlijk proces krijgt.

Hij en zijn advocaten Sander Janssen en Desiree de Jonge voerden in november drie redenen aan waarom zij vrezen dat het Amsterdamse gerechtshof hem ongunstig is gezind. Om het gevoel te vermijden dat de raadsheren (rechters bij het hof) vooringenomen zijn, wilde Holleederd at bijvoorbeeld het Haagse hof zijn appèl zou behandelen. Dat verzoek is nu verworpen.

‘Op achterstand’

Het Amsterdamse hof heeft zijn gewezen compagnon Dino Soerel in de grote liquidatiezaak Passage al tot levenslang veroordeeld, mede omdat hij samen met Holleeder de opdracht had gegeven voor de liquidatie van de handelaar in hasj en vastgoed Kees Houtman (2 november 2005).

De rechters hadden Holleeder in dat arrest niet ‘zeer expliciet’ hoeven noemen omdat hij in die zaak formeel geen rol speelde, vindt hij. ,,Binnen en buiten deze zaal bestaat de indruk dat de heer Holleeder fors op achterstand staat in deze zaak,” zei zijn raadsman Janssen. “Het gaat niet om u, maar om het instituut. Directe collega’s van u hebben dat arrest gewezen.”

Afpersingszaak

In zijn eerdere afpersingszaak is Holleeder door het Amsterdamse hof bovendien al veroordeeld voor het afpersen van zakenlieden – onder wie Willem Endstra, wiens liquidatie hem nu wordt verweten. Ook veroordeelde het hof hem voor het bedreigen van misdaadverslaggever Peter R. de Vries tot een veel zwaardere straf dan de rechtbank had gedaan.

De rechtbank heeft Holleeder in juli in een vernietigend vonnis veroordeeld tot levenslang. Hij was volgens de rechtbank ‘de spil’ in een groep die onderwereldmoorden liet plegen. In álle vijf moorddossiers, over zes gedode slachtoffers, zagen de rechters ‘wettig en overtuigend’ bewijs.