Volledig scherm
Medisch directeur Desiree Creemers. © Marc Pluim

Gynaecoloog: 'Donor K34 kan
niet zomaar anoniem worden'

Spermadonoren die ooit hebben verklaard dat een donorkind later contact mag opnemen, moeten zich aan hun woord houden. Ze kunnen niet opeens anoniem worden. Dat zegt Maarten Kloosterman, oud-gynaecoloog van ziekenhuis Rijnstate, in reactie op de rechtszaak die een donorkind aanspant.

Donorkind Maria (20) eist via de rechter dat Rijnstate de gegevens van spermadonor K34 verstrekt. Haar moeder koos in de jaren 90 bewust voor deze donor, omdat hij toen verklaarde dat Maria vanaf haar zestiende contact mocht opnemen.

Zonder dat zij het wist, heeft hij bij de invoering van de wet in 2004 zijn status ‘bekend’ (B-donor) veranderd in ‘anoniem’ (A-donor). Hij weigert contact met Maria.

'Aardige vent'

Kloosterman deed de intake van K34. Hij schreef op het formulier in de kantlijn zelfs: ‘aardige vent!’. ,,Ik zal met hem hebben gesproken, maar ik weet niet wie hij is’’, zegt hij nu.

De gepensioneerde gynaecoloog en oprichter van de spermabank in Rijnstate zegt nooit te hebben geweten van de ‘switchzaken’. ,,Als ik een vrouw insemineer met sperma van een B-donor, heb ik haar en het donorkind beloofd dat ze later mogen weten wie hij is. Dan kan die donor niet na zes jaar zeggen: ik heb me bedacht, ik ben toch liever een A-donor.’’

Rijnstate noemt het ‘fout’ dat in 2004 de wensouders niet zijn ingelicht. ,,Wij hadden ons moeten realiseren wat dit nieuws voor de ouders en kinderen betekent’’, zegt medisch directeur Desiree Creemers.

Volgens haar werden voor 2004 wel overeenkomsten tussen ziekenhuis, wensmoeder en donor opgesteld. Daarin werd niet vastgelegd of de donor A of B wilde zijn. Alleen op zijn intakeformulier werd een ‘A’ of ‘B’ omcirkeld. Volgens Kloosterman werd er soms ‘iets bij de notaris vastgelegd’ maar dat heeft het ziekenhuis niet kunnen achterhalen.

Quote

Als ik een vrouw insemineer met sperma van een B-donor, heb ik haar en het donorkind beloofd dat ze later mogen weten wie hij is

Maarten Kloosterman, Oud-gynaecoloog van ziekenhuis Rijnstate

Van B naar A

Voor de invoering van de wet kregen alle veertig tot vijftig donoren van Rijnstate een brief. Volgens Creemers was de intentie – voor zover ze die kan achterhalen, de brief is spoorloos - om toenmalige A-donoren te vragen B-donor te worden. Een aantal wilde dat wel, maar het omgekeerde effect had niemand voorzien, zegt ze. ,,Vijf B-donoren gaven aan: ik wil bij nader inzien toch anoniem blijven. Dat is natuurlijk heel gek. Bij sommigen staat dat op papier.’’

In de jaren 90 werd de administratie handmatig bijgehouden. Kloosterman schreef alle namen van donoren op in een schriftje, dat hij thuis bewaarde uit angst dat gegevens per ongeluk op straat kwamen te liggen. ,,De gegevens van anonieme donoren vernietigden we na vier jaar’’, zegt hij. ,,Slechts een kleine kring wist wie de donor was. De secretaresse die contact hield met de donor, de gynaecologen. Bij elkaar misschien twee of drie mensen op de afdeling. Dat schriftje heb ik weggegooid.’’

'Ernstige tekortkomingen'

De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugdzorg (IGJ) constateerde ‘ernstige tekortkomingen’ in de administratie. Rijnstate was vergeten vrouwen te registreren die zaad van dezelfde donor hadden gereserveerd voor een eventueel volgend kind. De fouten kwamen in 2014 aan het licht toen donor Peter van Geffen erachter kwam dat ook bij hem sprake was van een overschrijding.

In een rechtszaak vorig jaar eiste Van Geffen dat het ziekenhuis alle 5000 dossiers zou onderzoeken om te achterhalen hoeveel donorkinderen hij daadwerkelijk heeft. Te privacygevoelig, zei de rechter.

Van Geffen heeft volgens de lijst van Rijnstate 37 nakomelingen, maar heeft door eigen dna-onderzoek inmiddels weer één donorkind erbij. Waar dit eindigt, is niet bekend. Het donorzaad uit Rijnstate is ook gebruikt in het Gelre Ziekenhuis in Zutphen, het Radboudumc in Nijmegen, de kliniek Nij Geertgen in Elsendorp en het Kinderwunschzentrum in het Duitse Düsseldorf.

Van Geffen: ,,De administratieve chaos in Rijnstate was tot 2014 enorm groot. Het ziekenhuis zegt: dit was het dan, meer kunnen we niet onderzoeken, u moet het afronden voor uzelf. Dat kan ik niet. Misschien heb ik wel zestig donorkinderen.’’

Thermoskan

Quote

Het was een rommelige tijd, waarin niemand precies wist hoe het moest

Maarten Kloosterman

Kloosterman erkent dat niet werd bijgehouden waar alle rietjes met donorzaad uit Rijnstate naartoe gingen. Vrouwen die ver buiten Arnhem woonden, namen soms een thermoskan met rietjes mee om zich in een ziekenhuis dichterbij te laten insemineren. ,,Ook de terugkoppeling liet te wensen over. Daardoor raak je het overzicht kwijt’’, zegt Kloosterman.

,,Ik had een patiënte die op een Caribisch eiland werkte voor een internationale organisatie. Die had zelf een vat gekocht en meegenomen. Ik had haar geleerd hoe ze zichzelf kon insemineren. Die heb ik nooit meer gezien.’’

Kloosterman was als bestuurslid van de Stichting Donorgegevens Kunstmatige Bevruchting (SDKB) verantwoordelijk voor de praktische invulling van de wet. Hij vindt dat de wet, waar hij fel op tegen was, er in 2004 veel te snel en ondoordacht doorheen is gejaagd.

Spermabanken hadden nog grote voorraden anoniem donorzaad, dat gereserveerd was voor nieuwe zwangerschappen. ,,Wij hadden in Rijnstate vaten met meer dan duizend rietjes voor vrouwen die nog een tweede of derde kind van dezelfde donor wilden. Die kon je niet zomaar weggooien. Dat maakte het ingewikkeld. Het was een rommelige tijd, waarin niemand precies wist hoe het moest.’’