Volledig scherm
© Marnix Schmidt

Hartritmestoornis nu effectiever te behandelen

Het St. Antoniusziekenhuis in Nieuwegein kan patiënten met complexe hartritmestoornissen beter behandelen dankzij driedimensionale beelden van binnenuit.

Deze opnames maken het mogelijk nauwkeuriger en daarmee effectiever overtollige prikkels van de hartspier weg te nemen. Recent is volgens het ziekenhuis de eerste patiënt met succes geholpen met de nieuwe behandeltechniek voor complexe hartritmestoornissen.

Volgens cardioloog Lucas Boersma hebben meer dan 300.000 mensen in Nederland last van hartritmestoorsnissen of boezemfibrilleren. Het is de meest voorkomende hartstoornis, waarbij elektrische stroompjes als een wervelwind door de boezem van het hart rond dwarrelen en de normale rustige werking van het hart verstoren.

Patiënten krijgen last van een snelle, onregelmatige en bonkende hartslag, met klachten als vermoeidheid, kortademigheid en gebrek aan energie om inspanningen te leveren.

Littekens

Cardiologen kunnen de overtollige prikkels uitschakelen door op de hartspier kleine littekens te maken. Bij ingewikkelde stoornissen is het lastig de precieze locatie voor deze zogeheten ablatie te bepalen waardoor patiënten nogal eens terug moeten komen voor een nieuwe behandeling.

De nieuwe beeldtechniek helpt effectiever in te grijpen. Via een buisje in de bloedbaan wordt een sensor in het hart gebracht die 150.000 metingen per seconde verricht. Op basis daarvan wordt een afbeelding gevormd waarop de arts de exacte bron van de stoornis kan zien of een onbegrepen defect kan achterhalen.

Doordat de ingrepen effectiever zijn, zal het aantal mensen dat een tweede keer geholpen moet worden dalen, verwacht het ziekenhuis. Cardiologen Lucas Boersma en Maurits Wijffels hebben in het St. Antonius de eerste behandeling uitgevoerd en zijn enthousiast over deze nieuwe methode.

De nieuwe techniek is nog in een ontwikkelfase en de behandelingen zijn momenteel nog gekoppeld aan een internationale studie waaraan ook het UMC in Maastricht meedoet.