'Het is bizar om te zien hoe mensen in die puinhopen leven'

Het Rode Kruis begint een hulpactie voor Syrië – dit keer niet voor vluchtelingen, maar juist voor de mensen die terug naar huis willen. ,,Ze leven in karkassen.''

Volledig scherm
Kinderen in een buitenwijk van Aleppo, waar het normale leven weer enigszins op gang komt. Foto Merlijn Stoffels/Rode Kruis © Merlijn Stoffels/Rode Kruis

Van alles wat hij deze week zag in Syrië, maakte één ontmoeting de meeste indruk op Juriaan Lahr (47), hoofd internationale hulp van het Rode Kruis. ,,Ik was thuis bij een vrouw die weer in haar oude flat is gaan wonen in Oost-Ghouta, in een gebouw van zes verdiepingen, zo’n vijftig appartementen. Er zit geen muur meer in, je kijkt zo vanaf de straat naar binnen. Tussen het puin had ze twee dekens opgehangen, bij wijze van deur, en daardoor loop je de resten binnen van wat haar huis was. Er stond alleen een bankje, en een oude dieseltank die ze had schoongepoetst om er drinkwater in te bewaren. Een vrouw van in de 50, die haar man en een zoon had verloren in de strijd. Twee andere zoons wonen nu met hun gezinnen bij haar, allemaal in dat hokje. Ze zijn allemaal werkloos, allemaal getraumatiseerd. En ik dacht alleen maar: hoe kun je nog moed houden in zoveel ellende? Maar ze gingen door. Ze wilden hun leven oppakken.’’

Volledig scherm
Eén van de duizenden gebouwen in Syrische steden waarvan alleen het geraamte nog overeind staat. Foto Merlijn Stoffels/Rode Kruis © Merlijn Stoffels/Rode Kruis

Het Rode Kruis opent vandaag giro 7244 voor vluchtelingen in en om Syrië die teruggaan naar hun huis. Nu het geweld in diverse delen van het land is afgenomen, durven steeds meer Syriërs de terugkeer aan. Terug naar de puinhopen van wat ooit hun buurt was. De verwoesting is er vaak zo groot, dat ze zonder hulp niet kunnen overleven. 

Lahr, net terug na een week in Aleppo en Oost-Ghouta: ,,Het is bizar om te zien hoe mensen in die puinhopen leven, en de boel weer oppakken, ondanks het totale gebrek aan perspectief. Sommige terugkeerders ontdekken dat hun flatje al is bezet door vluchtelingen uit andere Syrische steden, waar nog wel gevochten wordt. Dan ontstaat daar ruzie over, of gaan ze huur vragen over de periode dat die mensen daar gezeten hebben. Alsof die geld hebben…’’

Quote

Naar huis. Dat is het enige wat ze willen

Juriaan Lahr, Hoofd internationale hulp Rode Kruis

Doordat in diverse grote steden steeds meer mensen terugkeren, ontstaat heel langzaam weer iets van een lokale economie. Lahr: ,,In het centrum van Aleppo, waar de restaurants weer open zijn en het druk is op straat, sprak ik een man die het had over de periode ‘tijdens de oorlog’. Voor hem was die dus echt voorbij. Dat vond ik bemoedigend. Het einde van de oorlog is in zicht, al wordt op diverse plekken in het land nog volop gevochten. Maar de wederopbouw moet nog geheel beginnen.’’

Volledig scherm
Juriaan Lahr tijdens zijn bezoek aan Syrië. 'Deze mensen zijn óók getroffen door het noodlot.' Foto Merlijn Stoffels/Rode Kruis © Merlijn Stoffels/Rode Kruis

Alle Syriërs die hij deze week sprak, zowel in het land zelf als in kampen over de grens in Libanon, wilden terug naar huis. ,,Dat is het enige wat ze willen: doen wat ze voor de oorlog deden. Maar dat kunnen ze niet zonder hulp. We beginnen met drinkwater, eten, matrassen. Dan reparaties aan huizen, om die in elk geval weer te kunnen afsluiten. Daarna komt hulp om bijvoorbeeld een bedrijfje op te zetten, of om een boer weer aan zaden en gereedschap te helpen.’’

Kinderen

Thuis in Nederland ervaart Lahr, zelf getrouwd en vader van een 8-jarige tweeling, hoe gering de bereidheid is om te helpen is in conflictsituaties. ,,Rationeel begrijp ik het wel: bij een natuurramp is niemand schuldig, daar zijn mensen getroffen door het pure noodlot. Dan ben je sneller geneigd te helpen. Maar deze mensen zijn óók getroffen door het noodlot. Zij hebben óók geen enkele schuld aan wat er gebeurd is. Iedereen is wel een dierbare kwijt, iedereen heeft zijn eigen trauma opgelopen. Als ik merk hoe bezorgd ik al ben sinds ik kinderen heb, om alles wat er met hen zou kunnen gebeuren… Hoe bezorgd moeten deze mensen dan wel niet zijn? Ik vind dat we verplicht zijn om die mensen te helpen hun bestaan langzaam weer op te bouwen. Hoe moeilijk dat ook zal zijn.’’