Volledig scherm
Het bedrijf Chemours, voorheen Dupont in Dordrecht © ANP

Inspectie keek niet om naar
gevaarlijke stoffen bij Dupont

De Arbeidsinspectie heeft decennialang nauwelijks omgekeken naar het werken met gevaarlijke stoffen in chemiebedrijf Dupont. Er was wel contact met het bedrijf, maar dat ging vooral over het voorkomen van ongevallen.

Dat blijkt uit diepgravend onderzoek naar de situatie in de fabrieken van het bedrijf in Dordrecht, dat minister Asscher (Sociale Zaken) heeft laten uitvoeren. Pas sinds 2011, 50 jaar nadat het bedrijf met de stoffen C8 en DMAC begon te werken, is er sprake van structurele aandacht voor blootstelling aan gevaarlijke stoffen. En dat terwijl er al in de jaren 70 signalen waren dat de stoffen ernstige gevolgen konden hebben. Toen werd bijvoorbeeld al duidelijk dat werken met de stof DMAC schade kan toebrengen aan het ongeboren kind.

Het onderzoek laat ook zien dat Dupont in al die jaren veel informatie had over de schadelijkheid van de stoffen C8 en DMAC, maar die vooral binnenskamers hield. Het bedrijf deed veel onderzoek naar de gevaren van de stoffen voor de eigen werknemers en hield de blootstelling van het personeel nauwkeurig in de gaten. Maar die kennis was vooral voor eigen gebruik, en werd volgens de minister niet of pas later openbaar gemaakt. Het bedrijf stelde zelf limieten op voor de maximale blootstelling, op basis van wat de eigen specialisten verantwoord achtten.

Reeks maatregelen

Naar aanleiding van het onderzoek wil Asscher een reeks maatregelen nemen. Zo wil hij een kennisplatform oprichten, dat informatie over gevaarlijke stoffen zo goed mogelijk moet gaan ontsluiten. Ook wil hij strengere voorschriften voor het werken met stoffen die schadelijk kunnen zijn voor de voortplanting. Verder wil de minister dat de Inspectie SZW (de voormalige Arbeidsinspectie) extra aandacht gaat geven aan de blootstelling aan gevaarlijke stoffen, om werkgevers en werknemers te stimuleren en te helpen om verantwoord met deze stoffen te werken.

Asscher maakt zich ook zorgen over de rechtspositie van oud-werknemers die mogelijk ziek zijn geworden door hun werk: hij stelt dat het in de praktijk vaak moeilijk is om een verband tussen werk en ziekte te bewijzen. Hoewel Dupont jarenlang nauwgezet bijhield hoeveel de werknemers aan de gevaarlijke stoffen waren blootgesteld, zijn die meetgegevens in de stukken van het bedrijf grotendeels niet meer te vinden. Asscher wil daarom ook dat bedrijven dergelijke gegevens langer gaan bewaren.

Schadelijke effecten

Dupont werkte vanaf de jaren 60 met de stoffen C8 (of PFOA) en DMAC, voor de productie van teflon en lycra. Inmiddels staat vast dat blootstelling aan beide stoffen allerlei schadelijke effecten op de gezondheid kunnen hebben. C8 staat nu te boek als ‘mogelijk kankerverwekkend’. Onderzoek toont een verband tussen C8 en onder meer hoge cholesterol, darm- en schildklierontsteking en nier- en zaadbalkanker. Blootstelling aan DMAC kan nadelige gevolgen hebben voor de ongeboren vrucht.

Asscher brengt de Tweede Kamer vandaag op de hoogte van het onderzoek. Chemours, de afsplitsing van Dupont waaronder de teflon-fabriek nu valt, kon nog niet reageren. Een nog onbekend aantal oud-werknemers wil een schadevergoeding voor de jarenlange gezondheidsrisico’s. Zowel de FNV als een aantal advocatenkantoren is hier mee bezig. Het Openbaar Ministerie doet al sinds vorig jaar onderzoek naar de zaak, maar heeft nog geen besluit genomen over mogelijke vervolging van het bedrijf.