Volledig scherm
Voor hockey wordt de meeste contributie gevraagd. © Thinkstock

Inwoner stad betaalt hoogste contributie voor sportclub

De contributie voor sportverenigingen is in de stad ongeveer 30 procent hoger dan op het platteland. Dat blijkt uit de Contributiemonitor over 2016/ 2017 van het Mulier Instituut en de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN). 

Het verschil is het grootst bij tennisverenigingen: die vragen gemiddeld 50 procent minder contributie in niet-stedelijke gebieden. Een hockeyclub is het duurst. De monitor brengt de contributies van sportverenigingen en de toegangsprijzen van zwembaden en ijsbanen in Nederland in kaart. Het gaat om de gegevens van 2750 verenigingen in zes verschillende sporten (voetbal, tennis, hockey, atletiek, volleybal en handbal) en de entreegelden van 131 zwembaden en 22 ijsbanen.

Voor een jaarlidmaatschap bij een hockeyvereniging betalen zowel volwassenen (281 euro) als jeugdleden (255 euro) de meeste contributie. De bijdrage voor een tennis- (139 euro) en atletiekvereniging (172 euro) is gemiddeld het goedkoopst.
De gemiddelde contributie voor een sportvereniging in het seizoen 2016-2017 varieert van 139 euro tot 281 euro voor volwassenen en van 78 euro tot 255 euro voor jeugdleden.

Jeugdleden

De contributies voor jeugdleden zijn over het algemeen substantieel lager (gemiddeld 22 procent) dan voor volwassenen, al zitten tussen sporten en verenigingen grote verschillen. Bij atletiek- en hockeyverenigingen bedraagt het verschil in de contributie tussen senioren en junioren gemiddeld ongeveer 25 euro, bij handbal, tennis en volleybal 50 euro.