Volledig scherm
PREMIUM
Özcan Akyol. © Marco Okhuizen

Is het toestaan van een hoofddoek dé oplossing?

ColumnÖzcan Akyol schrijft deze weken elke dag over wat hem bezighoudt.

Quote

Toen de Amsterdam­se politie­chef Pie­ter-Jaap Aalbers­berg eerder de discussie wilde oppoken, viel bijkans heel het land over hem heen

Özcan Akyol

Een Rotterdamse medewerkster van de politie is naar het College voor de Rechten van de Mens gestapt, omdat ze tijdens haar werk een hoofddoek wil dragen, iets wat haar werkgever niet toestaat.

De dame in kwestie - iemand die momenteel administratieve klussen uitvoert, maar in de toekomst buitengewoon opsporingsambtenaar (BOA) wil worden - heeft als standpunt dat de kledingvoorschriften van de politie haar mogelijkheden om door te groeien binnen de organisatie behoorlijk belemmeren. Kortom: een vorm van discriminatie.

De korpsleiding houdt zich namelijk vast aan een neutrale uitstraling van politiemedewerkers, een maatregel die zes jaar geleden in het leven werd geroepen, onder de noemer 'gedragscode lifestyle-neutraliteit'. Hierin is bepaald dat keppeltjes en hoofddoeken voor politieambtenaren niet worden toegestaan, evenals tatoeages en piercings die onder werktijd zichtbaar zijn.

Deze discussie laait om de zoveel tijd op en kent de nodige maatschappelijke urgentie, doordat politieorganisaties snakken naar een personeelsbestand dat veel diverser is.

Maar is het toestaan van een hoofddoek dé oplossing? In elk geval bestaat er in de maatschappij weinig draagvlak voor de suggestie. Toen de Amsterdamse politiechef Pieter-Jaap Aalbersberg eerder de discussie wilde oppoken, viel bijkans heel het land over hem heen.

Ik snapte dat wel. Het politieapparaat moet een onafhankelijke en homogene organisatie zijn, waar secularisme een cruciaal element voor de beroepsgroep is. Een rechercheur met een hoofddoek kan natuurlijk onpartijdig zijn, ook als ze een moskeebrand moet onderzoeken, maar de verdachten in deze hypothetische zaak zullen dat anders ervaren. Het zorgt voor onrust.