Volledig scherm
Het interieur van Klein Zwitserland is knus, met veel hout en een haardvuurtje. © Jeroen Jumelet

Jodelahiti? Nein!

Voor een koukleum met hoogtevrees is Klein Zwitserland in Driebergen het beste alternatief voor het grote Zwitserland. Wij schrijven 6° Celsius op 12 meter boven NAP. Spijtig genoeg is de keuken van hetzelfde (lage) niveau.

Volledig scherm
© AD

Het karakteristieke chaletrestaurant op het heuveltje aan de Traaij is sinds vijf jaar in andere handen. Deze nieuwe 'keizer' haalde de bezem door het interieur en ook de buitenboel ging op de schop. Het resultaat mag er best zijn: hipper, knusser en 26 koeienbellen aan de wand.

Laven en voeden vormen uiteraard nog altijd de corebusiness, van pannenkoek tot steengrill. Daarbij blijkt dit chalet een populaire uitvalsbasis bij een middagje bos. Wij slaan de genoemde opties af en schuiven hartje winter aan voor drie gangen Zwitserse kost. Althans, dat hadden we gehoopt. Es tut uns Leid: Klein Zwitserland ist kein Zwitserland.

Smeersels
Ter vertroosting storten wij ons op het verse (kruimelige) brood en een trio smeersels. Eenmaal herpakt, wachten zes niet-Zwitserse gerechten onze kritische zintuigen. Carpaccio van het Waards rund (koetjes die grazen in de ommelanden van Snelrewaard) en gamba's van de chef om te beginnen. Twee mooie voldoendes voor het oog, maar eenmaal gehapt, blijken ze ondermaats.

Opvallend genoeg hebben beide gerechten te lijden onder hetzelfde smaakprobleem: vlees noch vis! Wij proeven slechts de smaakversterkers. Zo is het mooi gesneden, rauwe vlees verdronken in pestodressing en citroensap, terwijl van de slappe garnalen vooral de marinade op de tong blijft hangen. Jammer. De beestjes laten zich bovendien wat moeilijk 'uitkleden', veelal een graadmeter voor mindere kwaliteit.

De hoofdgerechten dan: ossenhaas en kabeljauw, waarbij die laatste een beetje vreemd wordt opgediend op een te klein, diep bord. Misschien is het uit vrees dat de witte wijnsaus gaat lopen, maar die is bij aankomst op tafel 7 al behoorlijk ingedroogd. Het bedje van peultjes (de lente valt vroeg dit jaar) is goed van beet en smaak, maar dat is bijzaak. De hoofdrolspeler zou moeten schitteren in dit gerecht! Dat doet ie niet. Sterker nog, de gepocheerde kabeljauw wordt amper als zodanig herkend. Voor 18 euro mag je toch een dagverse vis verwachten.

Grove kant
De ossenhaaspuntjes, gewokt met taugé, paprika en, daar zijn ze weer! peulen, kregen een oosterse sesamsaus. De puntjes zijn vooral aan de grove kant en geen smaakmakers, maar dat laatste valt de chef niet te verwijten. Dat is de overgewaardeerde ossenhaas. Een pluspuntje betreft de geschonken witte wijn: een Viognier. Die zagen we hier niet aankomen, terwijl deze druif zich bij uitstek thuisvoelt in Zwitserland. Goed jaar, fijne combinatie.

De Zwitserse keuken kent amper een monumentale historie, maar fijnproevers zijn het. Kaas en chocolade vormen de paradepaardjes, de horeca is van topniveau en Zwitsers kunnen alles met aardappel. Een kleine proeve van de grote broer was dan ook leuk geweest op het minibergje in Driebergen, want nu rest ons slechts de apfelstrudel van de buren (Oostenrijk) als schijn van een Zwitsers alibi. Huisgemaakt, dat dan weer wel. Belangrijke tip: de appel en de vanillesaus mogen wat warmer. Niet in de laatste plaats om de neus van uw koukleum te verwennen.

FIJN ZWITSERLAND

Klein Zwitserland heeft met 'Groot' Zwitserland niets te maken, het chaletbalkon ten spijt. Hier staat een eenvoudige koekenbakker achter de kachel, die een pannetje vrijhoudt voor hen die anders blieven. Dat is de nasmaak die bij ons is blijven hangen. Een gemiste kans! Zeker in de winter zou dit chaletrestaurant een toevluchtsoord kunnen zijn voor de après-skiër. Of de voorproever, die alvast in Zwitserse sferen wil komen. Kaasfondue is prima, maar vergeet ook niet de rösti, noedels, zoetigheid en plankjes vol käse en Bündnerfleisch. Om nog maar te zwijgen over het visparadijs dat Zwitserland is. Visspecialist Ruud van Diermen (Ruvis.nl) uit Bunschoten: ,,Het is een land van heldere beken en meren. Zodra het wak is gehakt, kunnen vissers en koks hun lol op. Het geheim achter de vele sterrenrestaurants in dit land schuilt in het water.''