Volledig scherm
Ferdinand Grapperhaus, nu minister van Justitie en Veiligheid. © anp

Justitie bemoeide zich ‘onbehoorlijk’ met wetenschappelijke rapporten

Het Ministerie van Justitie en Veiligheid heeft in enkele gevallen ‘niet behoorlijk’ of zelfs ‘onbehoorlijk’ gehandeld als het gaat om de bemoeienis met wetenschappelijke drugsrapporten. Dat blijkt uit een rapport over de WODC-affaire dat vandaag wordt gepresenteerd.

Volgens een onderzoekscommissie onder leiding van Jacques Overgaauw, voormalig vicepresident van de Hoge Raad, zijn de uitkomsten van de drugsrapportages ondanks de ongeoorloofde bemoeienis eerlijk en zorgvuldig. Dat staat in een samenvatting die deze krant heeft ingezien.

De affaire kwam aan het licht door klokkenluidster Marianne van Oyen. Zij diende in 2014 al een klacht in over politieke sturing op het Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatiecentrum (WODC), dat belangrijke rapporten schrijft voor het ministerie van Justitie en Veiligheid. Haar klacht kwam in handen van Nieuwsuur, dat begin dit jaar groot uitpakte met de zaak.

Resultaten gestuurd

De onafhankelijkheid van het WODC is van belang omdat de rapporten van het centrum regelmatig dienen als basis voor beleid.

Een eerdere onderzoekscommissie concludeerde dat er onzorgvuldig was omgesprongen met de klacht van Van Oyen. Daarom stapte in juli WODC-directeur Frans Leeuw op. Vervolgens werd een commissie aangesteld die moest bekijken of de inhoud van de rapporten die Van Oyen noemde waren aangetast.

Volgens de klokkenluider was bij drie onderzoeken door het WODC sprake van ‘druk op de achtergrond’, waardoor de resultaten zouden zijn gestuurd. Het ging om drie grote onderzoeken naar softdrugs, onder meer naar de coffeeshopsector.

Zestien voorvallen

De commissie-Overgaauw onderzocht of er inderdaad sprake was van onbehoorlijke beïnvloeding door het ministerie. Daarbij nam het zestien voorvallen onder de loep. Bij een onderzoek met de naam ‘Recht en Cannabis’ ging het volgens de Commissie drie keer mis. De betrokkenheid van J en V wordt bestempeld als ‘niet-behoorlijk of onbehoorlijk’. ,,Het betrof incidenten die plaatsvonden onder hoge druk in een politiek gevoelig dossier.”

Eén van die gevallen draait om een directeur van Justitie en Veiligheid die meelas in een vertrouwelijk concept van een onderzoek. Op basis van een politieke inschatting drong de directeur erop aan een bepaalde passage te schrappen. Toch meent de commissie dat de betrouwbaarheid van het rapport niet is aangetast.

De commissie doet verschillende aanbevelingen om de onafhankelijkheid van het WODC beter te waarborgen. Volgens Overgaauw moet transparanter worden wat opdrachtgevers van het onderzoekscentrum verwachten. Zo moet het ministerie geen direct overleg voeren met de onderzoekers zelf.