Fout
De reden dat het zo lang duurde, is volgens de VDK dat ze het druk hadden met het opgraven van gesneuvelden in Centraal- en Oost-Europa. ‘In sommige landen worden deze graven bedreigd met plunderingen en het is onze meest urgente taak om dat te voorkomen’, klinkt het.
Grondig onderzoek
Zowel de Britten als de Duitsers prijzen het grondige onderzoek van de Hagenaars. Vrolijk en de studiegroep toonden aan dat in graf 52 de 22-jarige Gerhard Muthwill uit Oppeln ligt, nu het Poolse Opole. Hij diende bij de Kriegsmarine en zijn torpedoboot voer op 21 juni 1940 bij Engeland tegen een mijn. Zijn lichaam zonder hoofd spoelde een paar maanden later aan bij Scheveningen.
De wachtcommandant van het politiebureau aan de Duinstraat meldde de vondst in zijn dagrapport en dat las Vrolijk zo’n tachtig jaar later. Ook dat de kleding gemerkt was: ‘Muthwill N1866 S.38’. De politieman herkende toen dat niet, Vrolijk in 2022 wel: De S van Schnellboot en een militair registratienummer. Hij komt na onderzoek uit bij Matrosenobergefreiter Gerhard Muthwill.
Maar wat doet dat lichaam in een Brits eregraf? Dat lijkt een vergissing, denkt Vrolijk. Omdat er veel neergestorte vliegers aanspoelden en de naam Muthwill Engels klinkt, ging de politie er destijds van uit dat dit er ook wel een zou zijn.
Broer of zus
Ondertussen is er al een nieuw raadsel waarin de SHGO zich vastbijt: er is een vermoeden dat er een Amerikaanse vlieger in een van de overgebleven zestien anonieme Britse eregraven ligt.