Volledig scherm
Hoewel het museum in Den Haag zijn naam dankt aan Johan Maurits, weet het weinig over de rol van de 17de-eeuwse gouverneur in de geschiedenis. © ANP

Mauritshuis doet onderzoek naar slavernijverleden

Hoewel het museum in Den Haag zijn naam dankt aan Johan Maurits, weet het weinig over de rol van de 17de-eeuwse gouverneur in de geschiedenis. Het Mauritshuis neemt historici in de arm om dat te onderzoeken.

Volledig scherm
© Beko/Wikimedia

De laatste jaren kreeg het Mauritshuis steeds vaker kritiek op de informatieverstrekking over het slavernijverleden van zijn naamgever. Mede hierdoor besloot het museum deze zomer een borstbeeld van de gouverneur van de Nederlandse kolonie in Brazilië uit de foyer te verwijderen. Dat nieuws leverde vorige week een storm aan kritiek op van mensen die dit zien als een knieval voor antiracisme-activisten. VVD en PVV kondigden zelfs Kamervragen aan.

Maurits liet het woonhuis bouwen terwijl hij zelf in Brazilië was. Het gebouw is al sinds de 19de eeuw een museum, met topschilderijen uit de Gouden Eeuw. Een woordvoerder van het Mauritshuis zegt verbaasd te zijn over de ophef. ,,Jammer dat nu het verkeerde beeld is ontstaan. Wij wilden juist een completere toelichting aan onze bezoekers geven over Maurits. Dat kon veel beter in het museum dan in de foyer. Bovendien gaat het niet om een origineel borstbeeld, maar om een kunststof replica.''

Het beeld is dan wel verdwenen naar het depot, maar er is volgens hem geen sprake van wissen van de geschiedenis. ,,We zijn niet van plan andere werken weg te halen die een link hebben met het slavernijverleden. De zeven portretten van Maurits in het museum blijven gewoon hangen, alleen ze zijn nu voorzien van een uitgebreidere, genuanceerdere toelichting.'' Ook de website, rondleidingen en publicaties zijn aangepast.

Iconen

Zo probeert het museum in te spelen op het maatschappelijke debat over de rol van de iconen van de West-Indische Compagnie (WIC) en de Verenigde Oostindische Compagnie (VOC). Althans, wat daarover bekend is. Het museum erkent eigenlijk niet veel te weten over zijn naamgever. ,,We weten weinig over de rol die hij speelde in de slavernij'', zegt de woordvoerder. 

,,Historicus Piet Emmer zegt bijvoorbeeld dat Maurits weinig heeft verdiend aan slavernij, maar anderen stellen dat hij daarbij de waarde van de spin-off, zoals reparaties aan schepen, niet meerekent. Kortom, we weten het niet precies. Daarom roepen we de hulp in van historici van de Universiteit Leiden. De onderzoeksgroep wordt momenteel gevormd.''

De discussie over het koloniale verleden speelt ook in Amsterdam. Daar verandert de J.P. Coenschool, een openbare basisschool in de Indische Buurt, binnenkort haar naam. ,,Die strookt niet meer met onze kernwaarden'', zegt directeur Sylvie van den Akker. Historici zijn het vrijwel unaniem eens dat gouverneur J.P. Coen (1587-1629) in Nederlands-Indië een bloedig koloniaal bewind voerde, waardoor duizenden stierven.