Volledig scherm
Mauro Manuel. © ANP

Mauro en familie buitengewoon teleurgesteld

Mauro Manuel en zijn pleegfamilie zijn buitengewoon teleurgesteld in de beslissing van minister Gerd Leers (Immigratie en Asiel) om de Angolese jongen terug te sturen naar zijn geboorteland. Dat zei de advocaat van Mauro vandaag.

Mauro en zijn familie wachten de komende tijd met veel spanning de discussies in de Tweede Kamer af, rond zijn zaak. Als die niets opleveren, volgt een klacht bij het Europese Hof voor de Rechten van de Mens, aldus de advocaat van Mauro.

Wanneer Mauro terug zou moeten naar Angola is niet bekend. Volgens de advocaat van de 18-jarige jongen heeft Mauro precies dezelfde informatie tot zich gekregen als de feiten die woensdag via de media naar buiten kwamen. 'De informatievoorziening vanuit het ministerie is extreem slecht', aldus de advocaat.

Angst
Uitzetting naar Angola was de grootste angst voor Mauro Manuel, die op zijn negende door zijn biologische ouders op het vliegtuig naar Nederland werd gezet. De tiener woont sinds zijn tiende in een Limburgs pleeggezin en hoorde vandaagdat zijn grootste nachtmerrie bewaarheid wordt.

In een brief aan minister Gerd Leers, die zich boog over zijn verblijfsvergunning, schreef Mauro deze zomer hoe hij in Nederland kwam. 'Ik ben op het vliegtuig gezet door mijn ouders. Ik wist niet wat er ging gebeuren. Ze hadden niet gezegd dat ik in mijn eentje naar een ander land zou gaan vliegen.'

Pleeggezin
Hij noemt het in die brief heel moeilijk om in een pleeggezin te komen, waar iedereen voor hem wilde zorgen. 'In die tijd heb ik veel moeten huilen. Ik liep alleen maar rond met de vraag waarom ik weggestuurd was door mijn ouders.'

Langzaam wordt hij onderdeel van het gezin en begint hij zich Nederlander en Limburger te voelen. Hij gaat naar school en meldt zich aan bij voetbalvereniging SV Oostrum. Deze zomer verhuist hij naar Eindhoven.

Uitzondering
Ondertussen speelt op de achtergrond de mogelijke uitzetting naar Angola. Zijn hart staat stil als een uitspraak van de Raad van State negatief voor hem uitpakt. Er gloort nog hoop, maar dan moet Leers een uitzondering voor hem maken.

Die komt er niet. 'Ik heb hier een kans op een goede toekomst. Ik spreek de taal van mijn geboorteland bijna niet meer. Als ik daar ben zal ik helemaal opnieuw moeten gaan beginnen met mijn leven. Alleen al van het denken eraan krijg ik rillingen over mijn lichaam. Ik ben bang dat ik het daar niet zal redden.'