Volledig scherm
Loek Hermans stapte eind vorig jaar op als fractievoorzitter van de VVD in de Eerste Kamer vanwege de uitspraak in de Meavita-zaak. Hermans was voorzitter van de raad van commissarissen toen de thuiszorggigant in 2009 failliet ging. © ANP

'Meavita-zaak moet over'

De Ondernemingskamer moet zich opnieuw buigen over de vraag of de top van het failliete thuiszorgconcern Meavita zich schuldig heeft gemaakt aan wanbeleid. Ook moeten de rechters opnieuw motiveren waarom VVD-prominent Loek Hermans en andere ex-toezichthouders en -bestuurders van Meavita persoonlijk aansprakelijk gesteld zouden moeten kunnen worden.

Dat staat in een advies van de advocaat-generaal bij de Hoge Raad. Als 's lands hoogste rechter dit gezaghebbende advies opvolgt, moet de mondelinge behandeling van de langlopende Meavita-zaak over. Dat betekent dat het bedrag van 700.000 euro dat de FNV namens voormalige Meavita-medewerkers wil verhalen op de voormalige top, op losse schroeven staat.

In november 2015 oordeelde de Ondernemingskamer, de rechter die geschillen beslecht binnen bedrijven, dat Meavita ten onder ging aan wanbeleid. De thuiszorggigant ging in 2009 failliet en liet een schuld na van 48 miljoen euro. Zo'n 100.000 cliënten en 20.000 medewerkers waren de dupe. Niemand kreeg ontslagvergoeding, vakantiedagen gingen in rook op.

Hermans
De FNV meende dat bestuurders en toezichthouders steken hadden laten vallen en begon een zaak tegen de voormalige top. Loek Hermans, die indertijd voorzitter was van de raad van commissarissen, trad als gevolg van de uitspraak destijds terug als fractievoorzitter van de VVD in de Eerste Kamer. Samen met andere voormalige bestuurders en toezichthouders ging hij bij de Hoge Raad in cassatie tegen de uitspraak.   

Volgens de advocaat-generaal, die het Openbaar Ministerie vertegenwoordigt bij een gerechtshof, moet de eerdere uitspraak (beschikking) vernietigd worden. De Ondernemingskamer zou zich niet hebben gehouden aan het voorschrift dat alle rechters die over de zaak beslissen zich met de uiteindelijke tekst van de uitspraak moeten verenigen. Reden voor die opvatting is dat de voorzitter van de Ondernemingskamer tussentijds zijn functie noodgedwongen neerlegde omdat hij de maximumleeftijd van 70 jaar had bereikt.

Daarnaast vindt de advocaat-generaal dat de Ondernemingskamer niet voldoende heeft uitgelegd welke persoonlijke verwijten zij ieder van de bestuurders en commissarissen van Meavita maakt.