Volledig scherm
In het koele archief staan kasten vol onderzoeksmateriaal: dagboekaantekeningen van gevangenen in interneringskampen in Nederlands-Indië © ANP

Meer historicus dan koning: Willem-Alexander bij het NIOD

Als koning bezocht Willem-Alexander vandaag het NIOD, waar oorlogen en genocides onderzocht worden. Maar hij legde het bezoek vooral af als historicus.

De verschrikkingen in Rwanda zijn besproken. De genocide van Islamitische Staat op de Yezidi’s. De geweldshorror onder Stalin en Mao’s culturele revolutie zijn langsgekomen en ook de Armeense genocide is kortstondig aangestipt tijdens het onderhoud van koning Willem-Alexander met genocidewetenschappers.

Aan het einde van een wereldreis langs afschuwelijke brandhaarden uit de afgelopen eeuw weet hij de statige vergaderzaal van het NIOD (Instituut voor Oorlogs-, Holocaust en Genocidestudies) te laten bulderen van de lach. Het is broodnodige ontspanning na een taai gesprek. Want, zegt de vorst, hij kan zich voorstellen dat het onderzoeken van genocides, hoe bloederig ook, zingeving biedt aan de ongeveer 70 medewerkers van het instituut.

Tot en met 1988, het jaar waarin voormalig NIOD-voorman Loe de Jong zijn 14-delige standaardwerk Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog voltooide, was de focus van het instituut vooral op die oorlog gericht. Maar in ’88 was het Koninkrijk klaar, merkte Willem-Alexander op. Nou ja, niet hét koninkrijk, want dat is nooit af. Knik naar de twee aanwezige verslaggevers: hij moet zich duidelijk uitdrukken, anders wordt hij weer verkeerd geciteerd.

Volledig scherm
Collectiespecialisten Carlijn Keijzer en Hubert Berkhout, koning Willem-Alexander en directeur Frank van Vree tijdens de rondleiding bij het NIOD © ANP

Bulderende lach

Bulderende lach vult de zaal. Het voorval maakt niet alleen duidelijk dat Willem-Alexander een heftig gesprek toch van een licht einde kan voorzien, maar zo’n terloops gebruikte afgekorte titel als Hét Koninkrijk is vooral ook jargon van historici. Natuurlijk werd hij als koning der Nederlanden naar het NIOD-pand in de grachtengordel gereden, maar in het gebouw was hij toch vooral historicus onder collega’s.

Dat gaat dan ongeveer zo: ,,Laat ik beginnen met heel kort iets te vertellen over de geschiedenis van het NIOD’’, zegt de directeur van het insituut, Frank van Vree, in zijn welkomstwoord. ,,We zijn drie dagen na het einde van de Tweede Wereldoorlog opgericht, op 8 mei 1945. Volgend jaar vieren we dus ons 75-jarig bestaan, een gebeurtenis waarvoor we u van harte uitnodigen…’’

Volledig scherm
De koning brengt een werkbezoek aan het Instituut voor oorlogs-, holocaust- en genocidestudies © ANP

Niet ontevreden

Wacht even, riposteert de koning. Want was het niet zo dat Nederlanders in Londen in 1943 al begonnen met het documenteren van de oorlogsgeschiedenis, die toen nog deels geschreven moest worden? Ja, moet Van Vree toegeven: in dat jaar richtten De Jong en minister-in-ballingschap Gerrit Bolkestein in Londen een voorloper van het NIOD op. Willem-Alexander schuift daarna wat naar achteren op zijn stoel en neemt een slok koffie, niet ontevreden over zijn eigen opmerking.

Politieke valkuilen worden vakkundig vermeden tijdens het koninklijk bezoek aan het NIOD. Srebrenica – NIOD-onderzoek naar de val van de Bosnische enclave leidde in 2002 tot de val van het tweede kabinet-Kok – komt alleen heel even op de achtergrond ter sprake. De komende rechtszaak rond het neerhalen van vlucht MH17 helemaal niet en bij een gesprek over het onderzoeksprogramma Onafhankelijkheid, dekolonisatie, geweld en oorlog in Indonesië, 1945-1950 worden de journalisten niet toegelaten.

Volledig scherm
Ongelooflijk, vindt de koning het, dat ze zo veel moeite deden om het allemaal precies op te schrijven © ANP

Schoolrapport Mussert

Zij zijn wel welkom bij de rondleiding in het koele archief, langs kasten vol onderzoeksmateriaal. In een vitrinekast: dagboekaantekeningen van gevangenen in interneringskampen in Nederlands-Indië, geschreven op de achterkant van Monopoly-geld of vloeipapier. Ongelooflijk, vindt de koning, dat ze zo veel moeite deden om het allemaal precies op te schrijven.

Naast de aantekeningen: een schoolrapport van de dan 17-jarige latere NSB-leider Anton Mussert, in 1911 leerling der Vierde Klasse aan de Hoogere Burgerschool te Gorinchem. Rondleider Hubert Berkhout, coördinator dienstverlening van het NIOD, wijst de vorst fijntjes op het laagste rapportcijfer: een 4 voor Hoogduitsche Taal- en Letterkunde. ,,Maar dat heeft hij later wel aardig opgehaald.’’

Nu is het de beurt aan Willem-Alexander om breeduit te lachen.