Volledig scherm
Egbert Jan Riethof (64) is journalist. Hij heeft een dochter (25) en een zoon (23). Egbert Jan woont in z’n eentje in een huis met drie verdiepingen. © Joost Hoving

Met je dochter naar Ajax, dat is een hele onderneming

Egbert JanEgbert Jan gaat naar Ajax met dochter Fenna. Dat klinkt eenvoudig, maar blijkt een hele onderneming.

Woedend roept mijn dochter: ,,Wat doe je aan bij een voetbalwedstrijd?’’ We gaan morgen samen gezellig naar Ajax. Nu sta ik in de keuken van de Utrechtse flat die Fenna (25) deelt met twee leeftijdgenoten terwijl zij spullen bij elkaar graait, want ze rijdt vandaag al mee naar het ouderlijk huis.

,,Graag voor de deur klaarstaan’’, appte ik anderhalf uur geleden.
Kansloos.

Vanuit haar kamer, met van paniek vervormde stem: ,,Wat voor weer is het morgen dan? Ik weet niet wat ik mee moet nemen.’’

Quote

Een dag van tevoren bepalen wat je aan moet, dat kán niet

Fenna, de dochter van Egbert Jan

Ik kijk de keuken rond, in mijn ogen een bizarre bende, maar ik ben geen maatstaf. Bij mij is het ‘belachelijk opgeruimd’.
,,Pap! Niet in de keukenkastjes kijken!’’
Achter een deurtje bevindt zich een schilderachtige hoop halflege zakken pasta en rijst, als een hyperrealistisch kunstwerk.

,,Wat moet ik nou? Ellende.’’
Ze staat in de huiskamer met wat kledingstukken.
,,Grijs wil ik niet. Zwart-wit, nee. Dit groene truitje, zit al een gat in na twee keer wassen. En deze, die wil ik wel maar ik ben bang dat ik spijt krijg. Een dag van tevoren bepalen wat je aan moet, dat kán niet.’’

Een minuut of tien later:
,,Deze kan misschien maar die stinkt. Kun je die vanavond voor me wassen dan? Een jackie wil ik niet, dat is te winters. Waarom voel ik me overal zo kút in? Vét voel ik me. Vet.’’
Ze heeft een slank figuur, mooie meid.
,,Wat lach je nou? Er valt niks te lachen.’’

Quote

Toen ze 12 was wilde ze alleen maar zwart dragen

Egbert Jan Riethof

Een dochter heeft wel iets van een geliefde, met dit verschil dat jij haar en zij jou nooit in de steek zal laten - wat geliefden geregeld wel doen.
Nu toch licht ongeduldig zet ik een stap zonder bepaald doel.
,,Nee!’’ snauwt ze. ,,Nee, je mag niet in m’n kamer kijken.’’
Nu zijn er tranen, maar ja, dat gebeurt nogal snel bij haar - net als bij haar moeder, en trouwens bij elke vrouw met wie ik kort of lang geweest ben. Maak ik ze dan aan het huilen?

,,Fakkin kutshirt, dit. Ik geef zoveel geld uit aan kleren, en het maakt allemaal niks uit. Pap, ik ben labiel.’’

Toen ze 3 was maakte ik gelijksoortige dingen met haar mee, als ze per se kaas en geen chocopasta wilde, en ook toen ze 12 was en alleen maar zwart wilde dragen. En toen ze 17 was, doodsbang voor een wiskundeproefwerk. Terwijl ze nog steeds stampend heen en weer loopt zie ik het baby’tje, de kleuter, de puber, de jongvolwassene.
En ik wou dat het altijd zo kon blijven.

Reageren? 
magazine@persgroep.nl