Volledig scherm
Farmaceuten moeten nu nog op twee diersoorten - ratten en konijnen - aantonen dat de medicijnen niet schadelijk zijn voor het ongeboren kind © ANP

Minder proefdieren door andere richtlijn

Bij de ontwikkeling van medicijnen hoeven voortaan honderdduizenden proefdieren minder te worden gebruikt. Dat komt doordat een richtlijn voor medicijnonderzoek wordt aangepast, meldt het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG).

Het CBG is nauw betrokken bij de aanpassing van deze richtlijn, die betrekking heeft op het testen van de eventuele schadelijkheid van medicijnen bij de voortplanting. Voordat nieuwe medicijnen op mensen onderzocht mogen worden, zijn gegevens nodig over de mogelijke schadelijkheid. Van oudsher worden daar dierproeven voor gebruikt, aldus de medicijnautoriteit.

Vitrotesten

Farmaceuten moeten nu op twee diersoorten, ratten en konijnen, aantonen dat de medicijnen niet schadelijk zijn voor het ongeboren kind. Dat mag voortaan op één soort. Veel dierproeven kunnen worden vervangen door zogenoemde in-vitrotesten, waarbij onderzoek wordt gedaan met bijvoorbeeld gekweekte cellen. Ook mogen de medicijnen later in het onderzoeksproces op dieren worden getest. 

,,De nieuwe richtlijn vereist nu pas bij fase 3 grote groepen dieren, in plaats van bij fase 1 en fase 2. Hierdoor zijn wereldwijd waarschijnlijk 300.000 tot 400.000 proefdieren per jaar minder nodig”, schat onderzoeker Peter Theunissen van het CBG.