Volledig scherm
Van de minimaal drie uur gymles per week op basisscholen die het vorig kabinet voorstond, is niets terechtgekomen. © Hollandse Hoogte

Minimaal drie uur gymles? Bijna geen school die het haalt

Van de minimaal drie uur gymles per week op basisscholen die het vorig kabinet voorstond, is niets terechtgekomen. Basisschoolleerlingen krijgen hetzelfde aantal minuten gym per week en kleuters sporten zelfs minder minuten per week. Het nieuwe kabinet maakt geen werk van meer gymles.

Het kabinet-Rutte II had de wens vastgelegd in het regeerakkoord: er moest tenminste drie uur per week worden gegymd op basisscholen. Er werd zelfs 8 miljoen euro voor uitgetrokken. Maar wat er ook met dat extra geld gebeurd is, het is niet gestoken in meer gymmen.

Een rapport van het Mulier Instituut voor sociaal-wetenschappelijk sportonderzoek, dat afgelopen week verscheen, stelt dat er geen verschil was in het aantal gymlessen tussen schooljaar 2012-2013 en afgelopen schooljaar. Gemiddeld sporten de groepen drie tot en met acht 89 minuten; exact dezelfde tijd als in 2012-2013. De kleuters bewegen zelfs minder dan vier jaar geleden: 113 minuten (en dat was 121 minuten).

Dat doen de scholieren ook meestal zonder begeleiding van een gymleraar. Bij de kleuters staat in 77 procent van de gevallen de reguliere leerkracht voor de klas. Bij de oudere groepen is dat minder: 40 procent van de gymlessen is daar voorbehouden aan de groepsleraar tegen 27 procent die door een gymleraar wordt gegeven. Het aantal docenten lichamelijke opvoeding op basisscholen is wél gestegen, vooral in Amsterdam, Rotterdam en Den Haag.

Niet heel blij

VVD-Kamerlid Rudmer Heerema, zelf warm voorstander van méér gymles, las het rapport. ,,Ik werd daar niet heel blij van.” Daarbij komt dat de extra uren gymles zijn verdwenen uit het huidige regeerakkoord, dat vorige maand werd gepresenteerd. Heerema vindt dat jammer. ,,Van mij had het er best in gemogen.” Rutte III zou ook werk willen maken van sporten bij verenigingen – los van school – en heeft daarom geen norm vastgelegd in het regeerakkoord.

Quote

Zo lang het niet verplicht wordt via het curriculum en niet bekostigd wordt, is het aan scholen zelf om te bepalen hoeveel uur ze gym geven

PO Raad, de koepel van basisscholen


De wens van het net-vertrokken kabinet werd in 2014 vastgelegd in een bestuursakkoord, waarin een minimum van twee uur gym werd afgesproken en scholen beloofden te streven naar drie uur. Het ministerie van Onderwijs is op de hoogte van de slechte vorderingen, laat een woordvoerder weten. ,,Het heeft onze aandacht.”

Volgens de PO Raad, de koepel van basisscholen, kan dat nu niet worden opgelegd. ,,Zo lang het niet verplicht wordt via het curriculum en niet bekostigd wordt, is het aan scholen zelf om te bepalen hoeveel uur ze gym geven”, zegt een woordvoerder. Hij benadrukt dat je bewegen ook op andere manieren kunt stimuleren. ,,We moeten ons niet blindstaren op een norm voor bewegingsonderwijs.”

Vakdocent

SP-Kamerlid Michiel van Nispen wil dat wél vastleggen. Hij diende in 2015 een initiatiefwet in om scholen te verplichten wekelijks drie uur te gymmen onder leiding van een vakdocent. ,,Ik heb er goed over nagedacht, nu het onderwijs terecht klaagt over de hoge werkdruk. Maar als een gymleraar drie uur gymles geeft, betekent dat dat de leerkracht die drie uur per week is uitgeroosterd. Dan kan hij rapporten schrijven of oudergesprekken plannen. Dat geeft lucht.”

Binnenkort dient hij zijn wetsvoorstel opnieuw in, een plan dat ‘tussen de 250 en 275 miljoen euro per jaar’ kost, zo kondigt hij vandaag (maandag) aan in het debat over sport en bewegen met minister Bruno Bruins voor Medische zorg. VVD’er Heerema vindt dat niet de juiste plek. ,,Iedereen wijst naar elkaar, maar het hoort niet bij Volksgezondheid, maar bij het ministerie van Onderwijs. Bij economieles wijzen we ook niet naar het ministerie van Financiën.”

 De VVD’er richt zijn pijlen daarom op de behandeling van de onderwijsbegroting, begin december. Heerema wil dat vakleerkrachten van de academie voor lichamelijke opvoeding gaan fungeren als ambassadeurs op scholen. ,,Als er extra geld komt, is dat mogelijk. Oók voor kleine scholen. Die kunnen dan bijvoorbeeld samenwerken met een andere school.”