Volledig scherm
Henk Angenent is de winnaar van de laatste Elfstedentocht, in 1997. © Marcel Wagena000

‘Natúúrlijk komt er nog een Elfstedentocht’

Zijn boek ‘8070 Dagen. Wachten op de Elfstedentocht’ wordt morgen gepresenteerd. Vijf vragen aan sporthistoricus Jurryt van de Vooren (49 jaar). 

Eerst maar eens de hamvraag: gelooft u er nog in?
,,Ik heb er geen enkel wetenschappelijk bewijs voor, maar op gevoel zeg ik: ja, natuurlijk komt er nog één. Want, zeker, de aarde warmt langzaam op, en de vorstperiodes duren steeds korter, maar ze zijn er nog wel dus: we moeten de hoop niet verliezen.‘’

U heeft veel onderzoek gedaan voor dit boek: nog nieuwe ontdekkingen?
,,Wat ik als historicus prachtig vond: de vondst van een schets uit 1747 in het Historisch Centrum Leeuwarden van het bruggetje van Bartlehiem: zo’n beetje het icoon van de Elfstedentocht. Die schets krijgt extra waarde als je weet dat de oudste vermelding van een Elfstedentocht twee jaar later is: in 1749. Overigens is het bruggetje vaak gesloopt en herbouwd, dus hetzelfde bouwwerkje is het niet meer.’’

We maken de langste ‘Elfstedenpauze’ ooit mee: er zijn 8070 dagen verstreken sinds de laatste op 4 januari 1997. Wordt het verlangen groter of kleiner?
,,De vraag stellen is ‘m beantwoorden, lijkt me. Er hoeft maar een koudefront te worden aangekondigd – zoals nu- en het woord valt onmiddellijk. En natuurlijk zijn het vooral de ‘oudere’ generaties die zich erop verkneukelen, maar de jongste generatie, de generatie die het zelf niet heeft meegemaakt, krijgt via de ouders en grootouders ook vast wat van de Elfstedenkoorts mee.’’

Waarom noemen we het eigenlijk de Tocht der Tochten?
,,Wist u dat dat begrip pas in de jaren tachtig is ontstaan? Daarvoor hoorde je het niet. Er zijn, denk ik, een heleboel redenen waarom we het zo bijzonder vinden. Het zit ‘m in de onvoorspelbaarheid, in het feit dat het zich in dé schaatsprovincie van Nederland afspeelt, in het feit dat deze traditie al héél lang, héél lang teruggaat, en, natuurlijk, in het gegeven dat de schaatsers iets proberen te doen wat eigenlijk niet kan. Meer dan 200 kilometer over meestal slecht natuurijs en dat ook nog eens in één dag. Ja, je moet eigenlijk compleet gestoord zijn om mee te doen.‘’

En u? Bent u zo gestoord?
,,Ik houd van fietsen, voetballen en zwemmen maar heb zelf niks met kou en schaatsen. Ik heb toen ik tien was één keer op schaatsen gestaan en dat was meer dan genoeg. Noem mij een ‘uiterst passieve recreant’.’’

Volledig scherm
Sporthistoricus Jurryt van de Vooren. © Hans van den Bogaard