Volledig scherm

Negen tips voor de ploeterende eindexamenkandidaat

VideoLaat stress toe. Bak bananenbrood. Leer niet op het laatste moment. Dit en zes andere goedbedoelde adviezen voor de kandidaten die vanaf deze week over hun eindexamens gebogen zitten in dampende gymzalen. En één superrrrrrtip voor hun ouders, die vaak nog nerveuzer zijn dan hun pubers.

1. Eet

Gaat het over examenstress, dan herhaalt Marijke Voerman altijd haar mantra: ‘eat, love, pray’. Over dat eerste woord zegt Voerman, oprichter van het Cabral Instituut - een particuliere school voor eindexamenleerlingen in Amsterdam: ,,Het is gek, maar leerlingen vergeten vaak dat ze moeten eten. Bananenbrood is ideaal. Vooral omdat het erg lekker is, maar er zit ook alles in dat je goed kunt gebruiken aan energie, zonder dat het heel slecht is. Een plak bananenbrood hoort in je tas, net als je woordenboek Nederlands. Dat mag ook altijd mee.’’

2. Vertrek

Als Marloes van Haften (21) uit Rotterdam thuis leerde voor haar examens, werd ze nogal snel afgeleid. Want thuis is het - als het goed is - veel te leuk. Daar fluistert de afstandsbediening van de tv: pak me, pak me. Verderop lonkt een tablet. Twee tuinen verderop chillen je vriendinnen in de zon. Van Haften, die op mevrouwmarloes.nl regelmatig blogt over haar ervaringen als student aan de lerarenopleiding Nederlands: ,,Als ik naar het huis van mijn stiefvader in Capelle aan den IJssel fietste, had ik daar wel een goede plek om me te concentreren. Omdat dat niet mijn eigen huis was, vond ik er veel minder afleiding. Ik wil maar zeggen: kies een andere omgeving dan thuis om te leren. De meeste bibliotheken hebben stilteruimtes, ook ideaal.’’

3. Geniet

Love, vervolgt schooldirecteur Voerman haar mantra. ,,Daarmee bedoel ik: geniet! Negatieve gedachten halen je cijfer zo met een punt naar beneden. Het is zo zonde als je niet positief denkt. Natuurlijk kun je het, natuurlijk ga je slagen. Want: anders hadden ze je wel eerder laten stranden. Jij bepaalt heel veel van je eigen gedrag, door wat je denkt. Niet denken: nu moet het. Dat blokkeert de boel. Je mag het, je kan het. Het komt goed, natuurlijk komt het goed.’’

4. Denk

Punt is wel, merkt Jean-Pierre van de Ven op, dat negatieve gedachten als ‘oude vrienden’ zijn. Vroeg of laat komen ze toch wel een keer op bezoek. ,,Maar geef ze niet te eten’’, grinnikt Van de Ven namens MIND, landelijk platform voor psychische gezondheid. ,,Denk er niet op door. En doe dat wel op positieve gedachten. Maak voor de examenperiode een lijstje met leuke ervaringen van de laatste tijd. Complimenten die je kreeg. Draag dat lijstje met je mee. En herhaal ze als je dat nodig hebt.’’

5. Schrijf

Klassieke tip van docente-in-spé Marloes van Haften, maar in deze digitale tijd alleen maar belangrijker: schrijf je samenvattingen. Met een pen. Op papier. ,,Dan onthoud je het veel en veel beter dan wanneer je knipt, plakt en print. En daarbij: bij veel examens moeten de kandidaten ook nog met de hand schrijven. Als ik op mijn stageschool leerlingen schrijfopdrachten geef, beginnen ze na drie minuten te klagen: ‘mevrouw, mijn hand doet zo’n pijn’. Ze zijn het niet meer gewend, door alle tablets, computers en smartphones die ze gebruiken.’’

6. Leg weg

Over die telefoons gesproken, dat zijn natuurlijk afleidingsduivels. Probeer je maar eens te concentreren op naamvallen, moleculen en hoeveel-is-het-getal-pi-ook-alweer als Whatsapp, Facebook, Snapchat, Facetime en allerlei andere apps met een Engelse naam van twee lettergrepen chronisch naar je aandacht hengelen. De oplossing klinkt simpel, maar is in de praktijk natuurlijk retelastig: Leg. Weg. Die. Telefoon. Voordat je dat doet, is het handig om nog één app met een Engelse naam van twee lettergrepen te downloaden: Forest. Marloes van Haften: ,,Daarmee stel je vooraf in hoelang je niet op je telefoon wilt kijken. Hou je dat vol, dan plant je een mooie struik of boom in een bos op je scherm. Lukt het niet, dan komt er een dode boom bij. Geloof me, dit werkt echt.’’

En o ja,  (het begin van) pi is: 3,141 592 653.

Volledig scherm
© -

7. Concentreer

Bidden zal sommige eindexamenkandidaten absoluut helpen, maar Marijke Voerman bedoelt met ‘pray’ vooral: concentreer je. En, voordat je begint te sputteren, zegt ze gauw: ‘dat kan iedereen’. ,,Want niemand is nooit geconcentreerd. Iedereen kan bij zichzelf een knopje aanzetten dat voor de focus zorgt. Zoek het bij jezelf. Het lukt je!’’

8. Chill

O zo verleidelijk, maar volgens Jean-Pierre van de Ven o zo slecht: vroeg opstaan en in de laatste uren voor het examen nog even flink blokken. Van de Ven, zelf psycholoog: ,,Dat kan ons brein niet aan, blijkt uit onderzoek. We hebben minimaal een nacht slaap nodig om de leerstof te verwerken, dus neem die tijd. Bovendien: het levert vaak alleen maar stress op die makkelijk te vermijden is. Doe rustig aan in de uren voor je examen, zorg dat je op tijd op school bent. Ontspan.’’

9. Stress

Moet je nog leren wat een paradox is, dan legt Van de Ven hier even een prachtig voorbeeld voor je neer van een ‘uitspraak die tegenstrijdig lijkt’ (want dat is de betekenis van het Latijnse paradoxa). Van de Ven stelt: ,,Zoek de stress op, bijvoorbeeld aan het begin van een examen. Laat het toe, voor vijf minuten. Maar spreek ook met jezelf af: hierna sluit ik me af voor de stress, bijvoorbeeld een half uur. En dan laat je die gedachten weer voor vijf minuten toe. Juist omdat je het toestaat, krijg je er grip op. Jij lokt het uit, in plaats van dat het jou in je nekvel grijpt.’’

En dan, speciaal voor de ouders: een superrrrrtip van columnist/schrijver/vader Jan Heemskerk

10. Capituleer

Hij heeft drie zoons, Jan Heemskerk, waarvan twee al eindexamen deden en de jongste nog op de middelbare school zit. Heemskerk, auteur van het ‘doe-leer-en-overleefkoffietafelboek voor vaders’ The Dad heeft één advies voor zijn collega-ouders: vergeet dat je invloed uit kunt oefenen. ,,En direct daar achteraan wil ik hardop roepen: het komt vanzelf goed, in its own time. Ik heb me bij die twee oudste jongens zo ontzettend boos gemaakt, zo oneindig kwaad, over hun inzet en resultaten op school. Maar ik loste er niets mee op, het zorgde er alleen maar voor dat we geen leuke vader-zoonrelatie meer hadden. 

Ik ben er nu achter: de puberteit is de allerslechtste fase van hun leven om iets van je jongens te vragen. Ik heb geen dochter, dus daar kan ik niet over oordelen, al zie ik wel dat de meiden in mijn omgeving aan het einde van de avond door hun ouders bij hun schoolboeken weggeduwd moeten worden. Maar over jongens: schep de voorwaarden, aarzel niet om te helpen als ze daarom roepen – ik heb vannacht ook tot twaalf uur met de jongste aan zijn wiskunde gezeten. Maar denk niet dat je ze kunt motiveren met speeches, woede-uitbarstingen of diepe gesprekken. Het werkt niet. Maar uiteindelijk komt alles goed. Echt.’’