Volledig scherm
© Hollandse Hoogte / Rob Engelaar

Onderzoek: AIVD opereerde onrechtmatig bij Haga Lyceum

Zware beschuldigingen van de AIVD over radicale invloeden op het Cornelius Haga Lyceum, zijn onvoldoende onderbouwd. De inlichtingendienst heeft volgens toezichthouder CTIVD onzorgvuldig en zelfs onrechtmatig geopereerd.

De AIVD krijgt ervan langs in een vrijdagmiddag verschenen rapport van de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD), dat de omgang met het islamitische Haga Lyceum heeft onderzocht. Daarin staat dat beweringen van de inlichtingendienst over banden tussen ‘richtinggevende personen’ op de school (volgens ingewijden schooldirecteur Soner Atasoy en een broer van hem) en terreurgroep het Kaukasus Emiraat, ‘onvoldoende zijn onderbouwd’. 

De beschuldiging dat de school de helft van het onderwijs wil besteden aan de salafistische geloofsleer is volgens het rapport te ongenuanceerd. Hetzelfde geldt voor de bewering dat betrokkenen scholieren ook buiten lestijden onder hun invloedssfeer willen brengen, en dat de Atasoys een rol spelen bij financiering van het Kaukasus Emiraat. Die terreurgroep is onder meer verantwoordelijk voor een aanslag op de metro in Moskou in 2010.

Juist deze onderdelen van het ambtsbericht dat de AIVD begin dit jaar naar verschillende overheidsinstanties stuurde, speelde een voorname rol in de beeldvorming rond de school, stelt de CTIVD. Volgens de toezichthouder had de AIVD duidelijker moeten zijn ‘over wat de dienst niet wist’. Zo was níet vastgesteld dat leerlingen in aanraking kwamen met salafistisch en antidemocratisch gedachtegoed.

Dát de AIVD aan de bel trok in het belang van de nationale veiligheid, was op zichzelf begrijpelijk, aldus de CTIVD. De aanwezigheid van een aantal ‘salafistische voormannen’ en plannen voor het onderwijs op langere termijn voedden de vrees dat de leerlingen gevormd zouden worden door antidemocratische, integratieondermijnende ideeën.

Positief rapport ingetrokken

Maar die dreiging betreft de lange termijn. De Onderwijsinspectie en zeker de gemeente Amsterdam kregen van de AIVD juist de indruk ‘dat er meteen iets moest gebeuren’. Dat leidde ertoe dat de inspectie een bijna afgerond, positief rapport over de school introk en vervolgens een uiterst kritische rapportage maakte. Burgemeester Femke Halsema riep het schoolbestuur op onmiddellijk af te treden en moedigde ouders aan hun kinderen van het Haga Lyceum af te halen.

De CTIVD acht het ‘mogelijk’ dat Halsema en de inspectie op het verkeerde been zijn gezet door de urgentie die de AIVD uitstraalde. ‘Duidelijker (..) had aan de orde moeten komen dat de AIVD een situatie schetste die mogelijk in de toekomst zou kunnen ontstaan: een risico.’

In de loop van 2019 ontstond in de media twijfel over de juistheid van de beschuldigingen. Uit het CTIVD-rapport blijkt dat hierover binnen de inlichtingendiensten al in maart discussie ontstond. Toen uitte een analist van een contra-terrorismeteam twijfels over de connectie van de Atasoys met het Kaukasus Emiraat en over de bewering dat zij de voorman daarvan ‘hun leider’ noemden. In april belandde het twistpunt bij de afdeling Juridische Zaken van de AIVD, die kortweg meldde geen aanleiding te zien voor twijfel. De top van de AIVD werd niet gewaarschuwd. De CTIVD meent dat de AIVD ‘op dit punt tekort is geschoten’.

‘Zorgwekkende karakter’

Daar komt bij dat de AIVD ten onrechte afhoudend reageerde toen de gemeente Amsterdam vroeg om onderbouwing van de bevindingen. De dienst krijgt ook verwijten over de uitvoerige aandacht voor zaken die ook op andere religieuze scholen gangbaar zijn, zoals gescheiden onderwijs voor jongens en meisjes en verplicht gebed. De duiding hiervan droeg bij aan het ‘zorgwekkende karakter’ van de berichtgeving aan andere overheden. Maar omdat dit past binnen de vrijheid van onderwijs, had het achterwege moeten blijven, aldus de toezichthouder. Het ambtsbericht mist ‘focus op de gedragingen die (..) de democratische rechtsorde kunnen ondermijnen’.

Kritiek is er ook op een ambtsbericht van februari 2019 over de financiën van de school. Zo werd een bedrag genoemd zonder te melden dat dit over meerdere jaren werd ontvangen en werden ongeoorloofde praktijken gesuggereerd die de AIVD niet kan staven. De financiële kwesties waren bovendien ‘bijvangst’, waarover geen staatsgeheime inlichtingenberichten mogen worden uitgebracht zoals wel gebeurde.

Door die opeenstapeling van kritiek sneeuwt de conclusie onder dat de AIVD-berichten ‘voor het merendeel zorgvuldig’ waren en dat de problemen zich toespitsen op vier zinnen en twee zinsneden uit een document van 4,5 pagina. De bevindingen zullen ongetwijfeld door het Hagabestuur worden gebruikt in de rechtszaak die maandag begint tegen het besluit van onderwijsminister Arie Slob om de schoolleiding te laten vervangen.

Reacties
De besluiten van eerder dit jaar van onderwijsminister Arie Slob, om het bestuur van het Cornelius Haga Lyceum de wacht aan te zeggen en financiering te staken, staan geheel los van het nu omstreden ambtsbericht van begin dit jaar van de AIVD. Dit stelt Slob in reactie op het rapport van de toezichthouder op de AIVD. “Het rapport heeft geen invloed op de aanwijzing,” aldus Slob over zijn besluiten. 

Volgens het ministerie van Onderwijs is de belangrijkste conclusie van de CTIVD dat de AIVD het ambtsbericht destijds mocht versturen. Op basis daarvan deed de Onderwijsinspectie zelfstandig onderzoek naar het Haga Lyceum. De conclusies van dat inspectierapport waren voor Slob aanleiding het bestuur te gelasten plaats te maken voor een interim-bestuurder, niet het ambtsbericht.

De gemeente Amsterdam stelt dat ‘we blijven vertrouwen’ op informatie van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. ‘De waarschuwing uit het ambtsbericht blijft ook na dit onderzoek overeind. Dat is voor ons de belangrijkste conclusie.’ Het stadsbestuur meent ‘in het belang van de kinderen en goed onderwijs’ te hebben gehandeld.