De toen 16-jarige Dascha Graafsma
Volledig scherm
De toen 16-jarige Dascha Graafsma © ANP

Onderzoek naar dood Dascha Graafsma afgesloten, geen aanwijzingen voor een misdrijf

Het Openbaar Ministerie (OM) heropent het onderzoek naar de tragische dood van de destijds 16-jarige Dascha Graafsma niet. Het meisje overleed in november 2015 toen zij tussen Hilversum en Hollandsche Rading onder een trein terechtkwam. Haar vader zette vraagtekens bij de dood van zijn dochter en eiste meer onderzoek. Volgens het OM zijn er echter opnieuw geen aanwijzingen voor een misdrijf gevonden.

Wat het Openbaar Ministerie betreft heeft een zogenaamde forensische second opinion geen nieuwe inzichten opgeleverd. Ook de reflectiekamer die opnieuw naar het onderzoek gekeken heeft, komt tot de conclusie dat er geen aanwijzingen zijn voor een misdrijf. Het onderzoek naar de tragische dood van het meisje zal dan ook niet heropend worden. Dit is vandaag in een gesprek aan de nabestaanden uitgelegd.

In de weken na de dood van het meisje werd er nog wel onderzoek gedaan omdat er een vermoeden was dat zij  mogelijk ongewild drugs toegediend zou hebben gekregen. Uit forensisch toxicologisch onderzoek is echter vast komen te staan dat het meisje niet onder invloed van drugs was. Uit het tactisch onderzoek zijn volgens het Openbaar Ministerie eveneens geen aanwijzingen naar voren gekomen dat er anderen betrokken waren bij de dood van Dascha. 

Eigen bevindingen

Na het sluiten van het eerste onderzoek kwamen nabestaanden en een particulier onderzoeksbureau met eigen bevindingen en onderzoeksresultaten. Wat de politie betreft is er serieus gekeken naar die bevindingen, maar was de conclusie nog steeds dat er geen aanwijzingen zijn voor een misdrijf. Gezien het feit dat ze waarschijnlijk al uren zonder jas buiten liep, kan volgens de politie niet worden uitgesloten dat zij, onder invloed van alcohol en mogelijk bevangen door de kou, het slachtoffer is geworden van een tragisch ongeluk.

Het onderzoek in de zaak wordt nu helemaal gesloten. Dit na een second opinion van forensische experts van een andere politie-eenheid én gesprekken met diverse betrokkenen. Een zogenaamde reflectiekamer werd ingezet om tunnelvisie te voorkomen. In deze groep zaten ervaren officieren uit andere arrondissementen en een advocaat-generaal die niet eerder bij de zaak betrokken waren. De conclusie van zowel de forensisch experts als de leden van de reflectiekamer is dat er voldoende onderzoek gedaan is en er terecht is geconcludeerd dat er geen sprake was van aanwijzingen voor een misdrijf.

Het Openbaar Ministerie begrijpt ‘dat de nabestaanden en betrokkenen teleurgesteld zijn en dat zij op een deel van hun vragen geen antwoord zullen krijgen’.