Volledig scherm
© ANP

Onduidelijkheid over aanpak na onverwacht overlijden kind

Er is onduidelijkheid ontstaan over wat artsen, politie en Openbaar Ministerie nu moeten doen als kinderen onverwacht overlijden, zonder duidelijke doodsoorzaak. De overheid heeft de zogeheten NODO-procedure buiten werking gesteld. Deze aanpak regelde onder meer het inzetten van breder onderzoek om bijvoorbeeld vast te kunnen stellen of er sprake was van kindermishandeling of een besmettelijke of erfelijke ziekte.

PGV Nederland, voorheen GGD Nederland, heeft daarover samen met andere beroepsgroepen een brief gestuurd naar de ministeries van Volksgezondheid en Justitie. PGV Nederland wil snel in gesprek met de ministeries, samen met de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde (NVK) en het Forensisch Medisch Genootschap (FMG), die de brief ook hebben ondertekend.

'Het belangrijkste is dat je ouders kunt vertellen wat precies de doodsoorzaak van hun kind is', zegt forensisch arts Wilma Duijst. 'Dat is wat je ook nodig hebt voor de verwerking. Het is toch onverteerbaar als je niet weet waar je kind aan is overleden.' Toen de NODO-procedure in 2012 als proef in werking trad, zijn 65 kinderen nader onderzocht. In die 15 maanden hebben schouwartsen in 95 procent van de gevallen op zijn minst de doodsoorzaak kunnen vaststellen.

Het ministerie van Justitie constateerde dat te weinig gevallen leidden tot een gerechtelijke procedure en stopte er daarom vanaf 1 januari 2014 mee. De procedure zou ook te kostbaar zijn. 'Maar in de wet is geregeld dat de forensisch arts het onverklaard overlijden van een kind kan onderzoeken', aldus Duijst.

Nu de NODO-procedure abrupt is gestopt, is er volgens haar veel onduidelijkheid. 'Wij verkeren nu in een situatie waarbij het onduidelijk is wat er moet gebeuren als een kind onverwacht overlijdt en de doodsoorzaak onbekend is', staat in de brief.

  1. Kinderen adviseren: ‘Open Oudertelefoon, ouders willen ook dingen kwijt’

    Kinderen adviseren: ‘Open Oudertele­foon, ouders willen ook dingen kwijt’

    De Nationale Raad van Kinderen heeft zojuist minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid, Welzijn en Sport geadviseerd over het taboe rond kindermishandeling. Gemiddeld zit in elke klas van dertig kinderen één kind dat te maken heeft met kindermishandeling of verwaarlozing. De 10- tot 14-jarigen adviseren vandaag op Wereld Kinderdag de vicepremier: ,,Open voor ouders een Oudertelefoon, want volwassenen willen ook dingen kwijt.’’