Volledig scherm
PREMIUM
Özcan Akyol © Marco Okhuizen

Ontmaskering kent maar één slachtoffer: Dotan

ColumnColumnist Özcan Akyol schrijft driemaal per week een column over wat hem bezighoudt.

Quote

Het moet vreselijk zijn als iemand zo succesvol is én toch niet kan genieten van alles wat hij voor elkaar heeft gebokst

Het trollenleger van zanger Dotan zorgde afgelopen weekend voor het meest smeuïge krantenartikel. Het schijnt dat de artiest, bekend van liedjes als Home en Hungry, herhaaldelijk nepprofielen op sociale media inzette, zodat zijn imago – online en offline – daarvan zou profiteren.

Zo verzon hij een goede daad die hij verrichtte voor een fictieve leukemiepatiënt annex fan, om er vervolgens breedvoerig op sociale media over te berichten, zodat iedereen kon zien wat voor toffe peer hij is – het werkte. Ook een ontmoeting met een fan in een vliegtuig was volledig uit de duim gezogen, maar kon desondanks op veel aandacht rekenen.

Het meest schrijnende, vond ik, was zijn drang om collega-muzikanten anoniem af te zeiken, in de hoop dat mensen hém leuker zouden vinden. Dit gedrag roept de nodige vraagtekens op – wat is de noodzaak? Dotan kan moeiteloos de Ziggo Dome vol krijgen.

Toen het nieuws naar buitenkwam, viel iedereen over de zanger heen, vol hoongelach en misprijzen, omdat we hier duidelijk met een ‘psychopaat’, ‘narcist’ en een ‘fantast’ te maken zouden hebben, om maar wat kwalificaties op te sommen. Het leek wel of Het Kwaad dit weekend was ontmaskerd.

Bij mij ontstond gaandeweg vooral een gevoel van medelijden. Het moet vreselijk zijn als iemand zo succesvol is én toch niet kan genieten van alles wat hij voor elkaar heeft gebokst, gedreven door een ontembare zucht naar meer en beter.

Wie een creatief beroep uitoefent, op podia of op de televisie, weet hoe belangrijk en tegelijkertijd ongrijpbaar de publieke opinie is. Dotan wist dat eerste wel. Daarom wilde hij zich op deze wijze manifesteren. Hij begreep kennelijk niet dat uiteindelijk, als alle marketingruis voorbij is getrokken, de kwaliteit van het werk doorslaggevend is.

Maar zijn allesoverheersende onzekerheid en geldingsdrang moeten hem voortdurend hebben getergd, waardoor hij niet kon vertrouwen op zijn talent. Die onrust in het leven van een artiest moet ondraaglijk zijn. Compassie van anderen lijkt me meer op zijn plaats.

Het was natuurlijk foute boel – anderen schofferen, een leukemiepatiënt verzinnen – maar wie even de tranen van het lachen uit zijn ogen veegt, moet toch concluderen dat ontmaskering maar een écht slachtoffer kent. En dat is Dotan.