Volledig scherm
Nederlandse jihadisten keren druppelsgewijs terug naar ons land. © AFP

Op deze manieren keren IS-strijders 'druppelsgewijs' terug naar Nederland

Steeds meer jihadisten ontsnappen uit het ingestorte kalifaat in Syrië en Irak. Druppelsgewijs, precies zoals de geheime dienst voorspelde. Maar hoe doen ze dat en waar gaan ze naartoe? Wegwijzer uit het ingestorte kalifaat.

Van wat ooit het kalifaat was, zo groot als de Amerikaanse staat Texas, is slechts een strookje grond aan de Syrisch-Iraakse grens over. Bommenwerpers en drones jagen er dagelijks de overgebleven jihadisten op. Toch verkiezen sommige IS’ers nog steeds het leven (of de dood) onder de zwarte vlaggen van de terreurbeweging.

Neem Syriëganger Thijs Belmonte, de roodharige Nederlander die ooit tussen het publiek te zien was, op het moment dat een IS-beul een slachtoffer onthoofdde. Hij waart nog ergens rond in de restanten van het kalifaat.

Maar er zijn er ook genoeg die wél weg willen, nu de omstandigheden voor aanhangers van IS steeds nijpender worden. Ze zijn opgejaagd, belaagd, uitschot in de ogen van anderen. Sommigen lukt het de weg naar buiten te vinden.

De afgelopen twee weken doken opeens vier Nederlandse Syriëgangers op in Turkije. Twee van hen zijn nu terug in Nederland (en zitten vast op de terreurafdeling van de gevangenis), twee anderen zitten nog in een Turkse cel. Het is de ‘druppelsgewijze’ terugkeer waar Nederlandse veiligheidsdiensten al een tijd voor waarschuwen. Zes manieren waarop ex-IS’ers het kalifaat ontvluchten.

1. De grens over piepen

Volledig scherm
Reda N. wist uit het kalifaat te ontsnappen. © BBC

Hij wachtte op de mist. Reda N. (23) uit Leiden heeft een ouderwetse ontsnapping op poten gezet, in het diepste geheim want IS straft overlopers keihard. In spraakappjes met een medestrijder ging het over de mensen die hij kon vertrouwen en vooral degenen die niet te vertrouwen zijn. Uiteindelijk ging hij er te voet vandoor, eerst naar een interneringskamp, later de grens over, naar Turkije. Toen de mist zijn aanwezigheid dekte, klom Reda N. met een medestrijder over een muur, om prompt door de Turken gearresteerd te worden. Nu verblijft hij in een Turkse cel, waarvandaan hij naar zijn vader brieven schrijft, en vertelt dat het goed gaat.

2. Naar Tsjetsjenië

Twee Nederlandse kinderen wonen sinds een maand in een flatje in de Tsjetsjeense hoofdstad Grozny. Dat zit zo: hun moeder (een Tsjetsjeense) vertrok eind 2014 met de twee kinderen (toen 7 en 8) vanuit Limburg naar Syrië. Daar trouwde ze met een IS-aanhanger. Na het uiteenvallen van het kalifaat werd die gearresteerd door Koerdische strijders, de vrouw en haar kinderen werden naar een vluchtelingenkamp gebracht. Van daaruit droegen de Koerden haar afgelopen december, via de Russen, over aan de Russische deelrepubliek Tsjetsjenië.

De vader van de twee kinderen zit met een dubbel gevoel. Hij is blij dat de kinderen ongedeerd het kalifaat uit zijn, maar het contact is nog steeds moeizaam. Hij is ook boos op de Nederlandse overheid. De zaak staat namelijk te boek als ‘kinderontvoering’, de (Nederlandse) vader van de twee kinderen wist niet van de plannen van zijn ex-vrouw om naar Syrië te gaan. Volgens hem bezochten Nederlandse autoriteiten de vrouw en kinderen in het vluchtelingenkamp. ,,Dat was hét moment geweest om hen naar Nederland te halen'', zegt de vader. ,,Maar het is niet gebeurd. Nederland doet zo weinig om die kinderen uit Syrië te halen, dat ik me er voor schaam.''

3. In de kampen of de gevangenis

Duizenden IS’ers zijn in Syrië en Irak gevangen genomen. Veel van de mannen zitten in de gevangenissen en worden er verhoord en berecht. Honderden vrouwen zitten met hun kinderen vast in vluchtelingenkampen. Zeker, maar waarschijnlijk meer, Nederlandse vrouwen zitten in kampen in Noord-Syrië, waar ze met hun jonge kinderen onder erbarmelijke omstandigheden verblijven. Ze zijn vlak bij de grens met Turkije, maar kunnen geen oversteek maken: de Koerden die de kampen bestieren willen ze niet laten gaan. Nederland wil hen niet ophalen.

4. Mensensmokkelaars

Volledig scherm
Thijs Belmonte alias Abu Ibrahiem waart nog altijd rond in de restanten van het kalifaat. © prive

Het is big business langs de honderden kilometers lange grens tussen Syrië en Turkije: mensensmokkel. Gebruikten Europese jihadisten de afgelopen jaren smokkelaars om ín het kalifaat te komen, nu verdienen diezelfde smokkelaars goud geld om ze weer terug te brengen naar Turkije. ,,Als ze betalen, vraag ik niet wie ze zijn'', vertelde een smokkelaar aan de website Buzzfeed. De prijzen kunnen oplopen tot enkele tienduizenden euro’s.

Xaviera S. uit Apeldoorn en Mokhtar M., een Algerijn die jarenlang in Nederland verbleef, bereikten onlangs op die manier Turkije. Opmerkelijk: in hun gezelschap bevond zich ook zeker één hooggeplaatste IS’er: de voormalige minister van gezondheid.

5. Onder de radar

Honderden extremisten zijn inmiddels onder de radar verder getrokken met de jihadkaravaan: naar IS-kampen in Libië, Mali, Afghanistan of zelfs de Filipijnen. De grote vrees van de westerse inlichtingendiensten: Europese IS’ers die ongemerkt weer terugkeren in hun eigen land. De angst: ze hebben hun radicale gedachtegoed niet afgeschud en komen juist terug met het plan een aanslag te plegen.

6. Het gouden ticket: het consulaat

Het consulaat bereiken is de heilige graal voor Nederlandse jihadisten met spijt, die terug naar ons land willen. Als ze één van de Nederlandse vestigingen in Syrië of Irak weten te bereiken, zijn ze zo goed als thuis. Het gaat er formeel aan toe. Het kan dat een advocaat vanuit Nederland al aangeeft hoe laat een jihadist zich zal melden. Tussen twee en drie bijvoorbeeld, waarna een telefoontje tussen advocaat en consul komt om de weg naar Nederland officieel vrij te maken. Onder begeleiding van de Marechaussee wordt de Syriëganger dan naar Nederland gevlogen. Eenmaal hier volgt de terreurafdeling van de gevangenis. Sommige jihadisten kijken er naar uit als een vermoeide reiziger naar een vijfsterrenhotel, vooral omdat de omstandigheden in onder meer de kampen penibel zijn.

De cijfers:

Volgens de NCTV zijn er ongeveer 285 Nederlanders naar het strijdgebied in Syrië en Irak gereisd. 55 van hen zijn overleden, ruim 50 zijn er inmiddels terug, 185 zijn nog daar. Ook zijn er nog zo’n 100 Nederlandse kinderen in het gebied, alleen kinderen boven de negen tellen mee in de officiële cijfers. Onderzoekers van de Soufan-groep becijferden recent het wereldwijde aantal teruggekeerde Syriëgangers op 5.600.