Volledig scherm
2 © ANP

Openbaar Ministerie in hoger beroep over meldplicht Volkert van der Graaf

Het Openbaar Ministerie (OM) stelt hoger beroep in tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter over de meldplicht van Volkert van der Graaf, de moordenaar van Pim Fortuyn.

Het OM kan zich niet vinden in het oordeel van de voorzieningenrechter over de meldplicht van Van der Graaf en stelt daarom beroep in tegen de beslissing van eind mei. Het OM is het onder andere oneens met de wijze waarop de voorzieningenrechter de rapportages van de deskundigen over Van der Graaf heeft geïnterpreteerd. 

De rechter oordeelde vorige week dat Van der Graaf zich niet meer hoeft melden voor de in zijn ogen zinloze ontmoetingen met de reclassering. ,,Bij de beoordeling van de vraag of de meldplicht bij de reclassering moet worden gehandhaafd, speelt de ernst van het gepleegde feit geen rol meer'', aldus de rechtbank toen in het vonnis. Van der Graaf had de zaak aangespannen omdat de meldplicht hem verhindert naar het buitenland te vertrekken, iets wat hij graag zou willen.

Haast

De beslissing van de rechtbank Den Haag is onmiddellijk uitvoerbaar. Dat betekent dat Van der Graaf sinds 29 mei 2018 niet meer aan de meldplicht hoeft te voldoen. Omdat het OM van opvatting is dat de meldplicht wel gehandhaafd moet worden, is haast geboden. Daarom heeft het OM spoedappel ingesteld. 

Diverse politici reageerden na de uitspraak van de rechter al verontwaardigd. Opnieuw had Van der Graaf een voorwaarde voor zijn voorwaardelijke invrijheidstelling via de rechter ongedaan weten te maken. ,,Als hij wil emigreren moet hij ook maar echt ver weg gaan wonen, en niet drie kilometer over de grens,'' zo reageerde bijvoorbeeld de VVD.

De 48-jarige Van der Graaf werd in 2003 veroordeeld tot achttien jaar celstraf voor de moord op politicus Pim Fortuyn in mei 2002. Met aftrek van zijn voorarrest zou zijn straf er eind april 2020 op zitten. Hij moest zich iedere zes weken melden. Dat was een van de voorwaarden voor zijn voorwaardelijke invrijheidstelling in mei 2014, net als een contactverbod met de nabestaanden en een verbod om met media te praten. De contactverboden gelden nog altijd, benadrukt de rechtbank.