Volledig scherm
PREMIUM
© Joost Hoving

Ophef over bezoek aan Ikea is een beetje makkelijk

ColumnÖzcan Akyol schrijft drie keer per week over wat hem bezighoudt.

Wat inmiddels ook een Hollandse traditie is geworden: de grote verontwaardiging op sociale media over dagjesmensen die massaal naar Ikea trekken zodat ze fotolijstjes en inklapbare stoelen kunnen kopen die ze eigenlijk helemaal niet nodig hebben. Ik geef toe: het blijft een ongrijpbaar fenomeen. Maar de ophef erover is wel een beetje makkelijk.

We zitten inmiddels weken opgesloten, sommige mensen op heel weinig vierkante meters, dus het is niet raar dat benauwde burgers iedere mogelijkheid aangrijpen om het huis te ontvluchten, al was het maar voor de lieve vrede in het gezin.

Wat me wel bevreemdt, is dat overheidsinstanties, die langzamerhand willen terugkeren naar het oude leven, waarschuwingen blijven uitdelen op momenten dat het niet goed gaat. Ze lokken het immers zelf uit. De grote winkels en tuincentra, waar ongecontroleerd veel bezoekers op kunnen afkomen, hebben vaak helemaal niet hun deuren hoeven sluiten. Er wordt nog steeds een beroep gedaan op het gezonde verstand van mensen. Daar is op zich niets mis mee. Maar het rijmt niet met een aantal andere sluitingen. Om wat voorbeelden te geven: verschillende musea, bibliotheken en culturele instanties zouden moeiteloos met beleid gasten kunnen ontvangen. Op deze plekken is het naleven van de  1,5 metersamenleving een koud kunstje. Toch worden zij vooralsnog gepasseerd.