Volledig scherm
In sommige gemeenten helpen buurtpreventiegroepen de politie bij onder meer voertuigcontroles. © Zamire Willems

Overijverige buurtpreventie zorgt voor kopzorgen in een op vijf gemeenten

Ruim een op de vijf gemeenten ondervindt negatieve effecten van het toegenomen aantal buurtpreventiegroepen. Buurtbewoners grijpen zelf (hardhandig) in bij criminaliteit of er ontstaan spanningen in een wijk door doorgeschoten sociale controle. Dat blijkt uit een landelijk onderzoek in opdracht van het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV).

De groei wordt vaak ‘gedachteloos omarmd’, maar lokale overheden doen er volgens de onderzoekers goed aan om eens kritisch te kijken naar de aanhoudende toename van app-groepen en surveillerende buurtbewoners.

De bewoners zouden beter moeten worden begeleid door de gemeenten om excessen te voorkomen. Goed uitgevoerd en begeleid levert buurtpreventie immers wel een bijdrage aan criminaliteitsbestrijding, zorgt het voor extra alertheid onder bewoners en laat het vrijwilligers fungeren als een nuttig verlengstuk voor politie en hulpdiensten, stellen de onderzoekers.

Spanningen

Maar dan moeten de negatieve effecten wel worden tegengegaan, concludeert het CCV. ‘Ruim een vijfde van de gemeenten ondervindt negatieve effecten, variërend van overvraging van politie, eigen ingrijpen, onterechte criminalisering van andere wijkbewoners tot doorgeschoten sociale controle’, aldus het rapport.

‘De interviews illustreren daarbij soms serieuze voorvallen. Van onterecht – en soms met geweld – staande gehouden verdachte personen tot teams die zelf tot opsporing overgaan of straten afzetten na een woninginbraak.’ Ook ontstaan er soms spanningen tussen al te ijverige vrijwilligers en de niet-actieve bewoners.

Quote

In sommige gemeenten lijkt de lokale overheid zelfs wat geïntimideerd door de organisa­tie­graad van lokale groepen

CCV

Volwaardig partner

En dat terwijl in veel gemeenten de buurtpreventieteams juist als ‘volwaardig partner’ worden gezien van politie en ambtenaren. Zo ondersteunen vrijwilligers de politie bij voertuigcontroles en houden ze toezicht bij lokale evenementen of in de buurt van uitgaansgelegenheden. Er wordt geëxperimenteerd met preventieteams die in opdracht van de politie na een misdrijf buurtonderzoek doen, bijdragen aan opsporing van criminelen of hulpverlening bieden bij incidenten. 

Klinkt goed, schrijven de onderzoekers, maar gemeenten en politie staan onvoldoende stil bij de vraag hoe wenselijk het is dat buurtbewoners zulke taken uitvoeren. Het CCV waarschuwt voor polarisatie, want de buurpreventiegroepen bestaan vaak uit ‘bezorgde blanke mannen’ en daardoor kunnen andere bewoners zich minder vertegenwoordigd voelen.

‘In sommige gemeenten lijkt de lokale overheid zelfs wat geïntimideerd door de organisatiegraad van lokale groepen. De interviews laten zien dat sommige gemeenteambtenaren terughoudend zijn in het aanspreken van zelfbewuste en assertieve vrijwilligersgroepen of in dit verband menen dat de gemeente ‘niks te zeggen heeft’ over buurtpreventie.’