Volledig scherm
© AD/Ruben L. Oppenheimer

'Pesten gaf een kick, een machtig gevoel'

Het was geen voor opgezet plan, om klasgenoot Maaikel te pesten. Samen. Twee tegen één. Verslaggeefster Sanne van der Kolk (39) was een pester. Nu vraagt ze zich af: waarom? En: hoe is het met mijn slachtoffers?

Volledig scherm
© AD

Of ze hem iets persoonlijks mocht vragen. Met haar liefste blik keek Saskia hem aan. Of hij zichzelf wel eens bevredigde. Ze wilde weten hoe dat moest, zei ze. Voor als ze een vriendje zou krijgen. We fluisterden, wonnen Maaikels vertrouwen door te zeggen dat we zo onzeker waren. Ja, wé. Ik vroeg hoe hij het verborgen hield voor zijn moeder, waar hij dat dan deed en Saskia wilde vooral weten: hóe!

Maaikel was mollig, had een bleke huid en donkerblonde krulletjes. Droeg merkloze spijkerbroeken en dito truien. Het is 25 jaar geleden, maar ik weet nog precies hoe hij keek toen wij onze vragen op hem afvuurden. In zijn ogen zag ik wantrouwen, argwaan. Toch begon hij te vertellen. Dus zo gemakkelijk is het, dacht ik. Het gaf een kick, een machtig gevoel. En dus gingen we door. Nóg een vraag.

Meebuigen
Nu denk ik: hoe moet Maaikel zich hebben gevoeld, ingeklemd tussen twee meisjes die de klas regeerden? Hij koos voor de enige optie die hij had: meebuigen om er zo snel mogelijk vanaf te zijn. Vervolgens schalden we door het lokaal dat Maaikel zichzelf wel eens bevredigde. We lachten.

Als puber was ik een pestkop. Niet alleen Maaikel moest het ontgelden. Ook Karin, die haar benen niet schoor. Irene, die deed alsof ze flauwviel. En Marco, met zijn hazentanden en slungelige lijf. Hij leende me geld, dat ik niet terugbetaalde. Ook niet toen hij het vroeg.

Volledig scherm
© AD

Uitlokken
Desiree blufte nogal eens. Irritant, vond ik, en dus fietste ik soms expres zonder haar naar school, een tocht van 12 kilometer. Als ze toch in het groepje meefietste, negeerde ik haar als me dat uitkwam. En dan was er Marianne, die af en toe kortsluiting kreeg en dan vreemde geluiden maakte. Dat konden we uitlokken. Lachen.

Ik deed het nooit alleen, pesten. Met z'n tweeën ben je sterker, het is veiliger, je weet dat je wint. Je hebt medestanders, in tegenstelling tot je slachtoffer. Ik was niet alleen een pain in the ass voor leerlingen, ook voor docenten. Voor Mieke bijvoorbeeld, mijn docent Frans. Ze sliste.

In mijn greep
Vlak voor het examen kregen mijn ouders een brief: 'Sanne is in geen enkele les meer welkom.' Ik was trots, dat ik het lerarenkorps in mijn greep had. Bovendien haalde ik alle toetsen. Ik had het reuze naar mijn zin op school, elke dag was een feestje. Het voelde goed om de baas te zijn. Nu denk ik: ze waren bang voor me.

Ik heb nooit sorry gezegd. Ook niet toen ik Karin laatst terugzag in het zwembad omdat onze kinderen in dezelfde groep op zwemles zaten. Ik durfde niet. Irene zag ik eens op de markt. Ik ontweek haar. Desiree en ik zijn bevriend op Facebook. Ik ben er nooit over begonnen.

Volledig scherm
© AD

Excuses
Toch, afgelopen week heb ik haar mijn excuses aangeboden. Ze vertelde dat ze veel verdriet van mijn pesterijen had, dat ze er destijds hoofdpijn van kreeg, maar bij de huisarts niet durfde te zeggen wat er werkelijk aan de hand was. Ze kreeg de diagnose huisstofallergie.

Mijn coach Mirelle Valentijn is zelf jaren gepest en liep rond met zelfmoordgedachten. Toch moet ik me volgens haar niet schuldig voelen. ,,Je was een meisje van 14. Niemand die tegen je zei: 'Stop hiermee'. Niemand die op je rem trapte. Niemand die je vertelde hoeveel verdriet je anderen deed.''

Schreeuw om aandacht
Bij pesten gaat het niet om de schuldvraag, zegt Valentijn. ,,Wie pest, staat ergens boven. Achter elke pestkop zit een verhaal.'' Wat mijn verhaal is? Een schreeuw om aandacht, denk ik, om grenzen.

Zonder te veel in detail te willen treden, kan ik zeggen dat het er bij ons thuis in die periode heftig aan toe ging. Denk: ruzies, geschreeuw, mijn vader die regelmatig het huis uit vluchtte zonder dat iemand wist waar hij heen ging, servies dat door de kamer vloog. Ik voelde altijd spanning. Als 14-jarige kon ik weinig anders dan me thuis voorbeeldig gedragen. Ik wilde geen olie op het vuur gooien. Van mij zou niemand last hebben.

Buiten was ik des te heftiger. Ik was hard, had een grote mond. Mijn motto was: ik kan het zelf wel. Maar eigenlijk wilde ik dat iemand zei: 'Wees maar niet bang, ik laat je niet alleen, je mag best klein zijn, ik wil weten wie je bent.'

Volledig scherm
© AD

Helemaal los
Toen mijn ouders scheidden, kon ik helemáál los, met een briefje op zak voor docenten of ze rekening wilden houden met de thuissituatie. Nu denk ik: had er maar iemand op mijn rem getrapt. Had iemand me maar aangekeken en gevraagd: 'Waar ben jij mee bezig?' Was er maar iemand geweest die door al die branie heen had geprikt.

Of ik geluisterd zou hebben, is de vraag. Ik had mijn positie immers verkregen door hoe ik deed. ,,Iémand had moeten ingrijpen en dat puberale meisje van 14 met haar onvolgroeide brein begeleiding moeten bieden. Je had geen zicht op je gedrag,'' zegt coach Mirelle. Ik probeer mijn gedrag tegenover haar te vergoelijken. ,,Ik heb nooit iemand lang of structureel gepest'', hoor ik mezelf zeggen. Dat maakt niet uit, zegt Mirelle. ,,Wie wordt gepest, leeft elke dag met de angst dat er weer iets kan gebeuren.''

Diepe schaamte
Nooit heb ik me afgevraagd hoe het met mijn slachtoffers zou zijn. Maar 25 jaar na dato stromen de tranen over mijn wangen. Het is alsof ik stik. Ik schaam me diep. Mijn collega, die is gepest, vindt dat pesters voor de rechter moeten verschijnen. Dat komt binnen. Guilty, zegt een stemmetje in mijn hoofd; schuldig. Ik zie me lopen als puber, handen in de boeien.

Maaikel, hoe is het met Maaikel? Marianne en Karin, Irene en Marco, Monique en Desiree; al mijn peststreken waren min. Maar wat ik Maaikel heb aangedaan is min én listig. Omdat ik zijn vertrouwen schond. Zou hij er iets aan hebben als ik mijn excuses aanbied? Zou hij boos worden, omdat ik het verleden oprakel? Is het arrogant dat ik pas opsta, nu ik met mezelf in het reine wil komen? Mijn coach vraagt wat ik Maaikel zou willen vragen. Of hij gelukkig is, zeg ik.

Na wat speurwerk krijg ik zijn achternaam. Maar de zoektocht eindigt snel. Ik kom niet verder dan dat Maaikel 15 jaar geleden in Amsterdam woonde. Daarna is het - op internet - ijzig stil. Hij zal toch niet dood zijn? Guilty, your honour.

(De namen van de klasgenoten zijn gefingeerd, op die van Maaikel na.)