Volledig scherm
© anp

Pesten maakte leven van Anass tot een hel

Justitie is ervan overtuigd: Anass Aouragh (13) heeft zichzelf om het leven gebracht. Dat blijkt uit het onderzoek naar de dood van de kleurrijke brugpieper uit Wassenaar. Het resultaat werd gisteren naar buiten gebracht. Tientallen getuigenverklaringen en camerabeelden hebben duidelijk gemaakt hoezeer Anass het leven zuur werd gemaakt.

Nergens kon de jongen ontsnappen aan zijn kwelgeesten, tot hij op 7 februari dood werd gevonden in een bos in zijn woonplaats.

Anass moet soms hebben gedacht dat iedereen hem haatte. Al toen hij nog maar een ventje was, een kleintje op de basisschool, werd hij zo gepest dat hij geregeld van school wisselde om aan zijn kwelgeesten te ontkomen.

Flamboyant
Zelfs op de middelbare school, waar de kleurrijke puber had moeten uitgroeien tot een flamboyante volwassene, verandert er niets. Homo. Op het Adelbert College in Wassenaar lijkt het soms alsof dát zijn naam is, in plaats van Anass. Hij is de jongen van wie sommige buurtbewoners fluisteren dat hij er eigenlijk om heeft gevraagd, met die verwijfde gebaartjes, zijn betweterigheid en het vlinderdasje dat hij zo graag draagt. In de Kasstraat, waar Anass met zijn moeder en tweelingzusje woont, valt hij net zo uit de toon als op school.

Toch houdt Anass zich groot. In de dagen voor zijn dood, zien zijn ouders Mohamed en Zohra hun zoon zoals zij hem kennen: vrolijk en eigenwijs. Anass vertelt hij zijn vader hoe hij voor het reisbureau heeft gestaan, dromend van een trip naar Marokko. Wat zou hij in dat land graag tijd doorbrengen met zijn vader, die er woont. De twee hadden dan wellicht door kunnen praten over de toekomst, over de plannen van Anass ooit op Cambridge te studeren. Maar als hij op die prestigieuze universiteit aan de slag wil, moet hij wel zijn matige cijfers opkrikken. Woensdagochtend schiet hij dan ook zijn gestreepte trui en een broek aan, slaat een lange sjaal om zijn nek, en vertrekt naar het Adelbert College.

Hel
Later hoort de politie in wat voor hel hij daar terechtkomt. Als Anass door school loopt, wordt hij dag in dag uit niet alleen uitgescholden, maar ook bekogeld met flesjes of boterhammen die zijn medeleerlingen niet meer hoeven. Anass wordt vastgepakt en in een hoek geduwd, als anderen hem te grazen willen nemen en hij dreigt te ontkomen.

Vreselijk
De school weet van het pesten en gebruikt een pestprotocol om het tegen te gaan, maar het helpt geen biet. Op de woensdag in februari, die later de laatste dag van Anass' leven blijkt te zijn, krijgt hij volgens sommige getuigen op een vreselijke manier te horen hoe weinig hij voor zijn medeleerlingen betekent. 'Waarom pleeg je geen zelfmoord, iedereen haat jou,' wordt hem gevraagd. Zelfs de uitwisselingsstudenten die op bezoek zijn, lijken te weten dat je Anass ongestraft te pakken kunt nemen. In de lunchpauze omsingelen ze hem die dag, duwen hem in het rond en schelden hem steeds weer uit. Homo, klinkt het. Op Anass wacht, als hij naar huis gaat, vaak een bespuugd zadel.

Zijn moeder merkt van die rotdag niets. Als Anass een nieuwe jas koopt, vraagt hij de verkoopster vrolijk of hij het kledingstuk meteen mag aantrekken. Apetrots loopt hij daarna rond. En zoals gewoonlijk begint hij aan de folderwijk, die hij elke woensdag loopt. Het halve dorp rekent op Anass, die met zijn overvolle fietstassen een begrip is in Wassenaar. Bij een tussenstop in de bibliotheek kruipt Anass nog even achter de computer. Hij moet bijles vragen, heeft hij besloten, om zijn cijfers op te krikken. Hij verstuurt mailtjes naar verschillende leraren, schrijft: 'Ik heb de voldoendes keihard nodig,' zo blijkt uit de e-mails die zijn vader later in handen krijgt. Het is half zes 's avonds als zijn moeder zich zorgen begint te maken. Haar jongen is nog steeds niet thuis. Ze zoekt hem waar ze maar kan en belt uiteindelijk de politie.

Vermist
De halfbroer van Anass, Farid, ziet even later net als honderdduizenden Nederlanders het Amber Alert binnenkomen, waaruit blijkt dat Anass is vermist. De fiets waarmee hij die dag nog folders rondbracht, is dan al gevonden aan de Katwijkseweg, vlakbij pretpark Duinrell. Maar van de jongen ontbreekt elk spoor. Farid belt zijn vader in Marokko. 'Ik heb slecht nieuws voor je. Anass is vermist.'

De grond zakt weg onder de voeten van Mohamed, maar hij moet helder blijven, zo snel mogelijk naar Nederland zien te komen, om zijn zoon te vinden. Hij is nog niet in Nederland als hij het inktzwarte nieuws hoort. Farid heeft gezien hoe het Amber Alert wordt ingetrokken en hoort dat er een lichaam is gevonden. De halfbroer van Anass belt zijn vader, om erover te vertellen. Ze weten: Anass is dood.

Sjaal
Langs een bospaadje bij Duinrell ligt zijn lichaam. De lange, dunne sjaal die hij 's ochtends nog zo achteloos om zijn nek sloeg, is nu strak om zijn hals gespannen, op zijn gezicht zitten krassen. Talloze rechercheurs cirkelen om Anass heen, onderzoeken centimeter voor centimeter de plek waar hij zijn laatste passen zette.

Anass heeft zich opgehangen met zijn sjaal, maakte justitie gisteren bekend. Ook is duidelijk geworden dat hij eerder zelfmoordgedachten heeft uitgesproken. Terwijl het onderzoek van de politie, waarbij zeventig getuigen zullen worden verhoord, nog in volle gang is, trekken Anass' medescholieren daags na zijn overlijden gekleurde broeken aan en gaan ermee op de foto. Het is een eerbetoon aan Anass. Nu wel.