Volledig scherm
© ANP

Politie lost moorden op jonge, mannelijke allochtonen minder vaak op

Moorden op jonge, mannelijke allochtonen worden relatief minder vaak opgelost dan die op blanke vrouwen. Dat concludeert criminoloog en forensisch psycholoog Marieke Liem van de Universiteit Leiden na onderzoek in haar eigen moorddatabase. Ook krijgen moeilijk op te lossen moorden mogelijk minder tijd van de politie.

Marieke Liem legde een database aan met allerlei soorten documenten over moord en doodslag uit de periode 1992-2016. De database bevat bijna vijfduizend moordzaken, ruim vijfduizend slachtoffers en honderden gegevens over al die zaken die ertoe doen, zoals het moordwapen en de relatie tussen dader en slachtoffer.

Bij het vergelijken van data bleek dat moordzaken met een jonge, allochtone man als slachtoffer relatief minder vaak worden opgelost dan zaken waarin een blanke vrouw het slachtoffer is. Dat ziet Liem terug in andere delen van Europa en de VS. ,,Het is zorgwekkend. Dit kan mogelijk wijzen op onbewuste discriminatie.’’

Volgens Liem ligt dat aan twee factoren. ,,Jonge mannelijke allochtone slachtoffers vind je vaak in het criminele milieu. Mensen kunnen zich daar gewoon minder goed mee identificeren. Allochtone slachtoffers zijn daardoor minder knuffelbaar, we vinden het minder erg dan wanneer er een blanke vrouw is vermoord. Dan gaan wel alle alarmbellen af. Dan stellen we vragen als: Hoe is het toch mogelijk dat deze jonge vrouw, met misschien wel jonge kinderen, is vermoord? Die zaken krijgen in de praktijk veel meer aandacht, ook van de politie.”

Quote

Allochtone slachtof­fers zijn daardoor minder knuffel­baar, we vinden het gewoon minder erg dan wanneer er een blanke vrouw is vermoord

Marieke Liem - Criminoloog
Volledig scherm
Criminoloog en forensisch psycholoog Marieke Liem © arash studio

De andere factor is het perspectief van de politie op moordzaken. ,,Die moet in elke moordzaak evenveel moeite stoppen’’, vertelt Liem. ,,Maar bij moord in het criminele circuit is er vaak minder bewijs, waardoor ze lastiger zijn op te lossen.’’ Volgens Liem gaat het daar mis: ,,De politie denkt: we kunnen dit alleen oplossen als er genoeg bewijs is, en besteden er vervolgens mogelijk minder tijd aan.’’

De politie zegt dat ze alles in het werk stelt om elk levensdelict op te lossen. De achtergrond van het slachtoffer speelt daarbij geen enkele rol, de mate van ‘knuffelbaarheid’ evenmin, aldus een woordvoerder.

In de afgelopen 25 jaar werd gemiddeld 80 procent van de moorden opgelost, blijkt uit de database. In andere West-Europese landen ligt dit percentage rond de 90 procent - in Finland zelfs 98 procent. ,,Dat komt misschien omdat Nederland een relatief groot aandeel moorden heeft in het criminele circuit, met name geassocieerd met drugshandel.’’ 15,3 procent van alle moorden in de afgelopen 25 jaar werd gepleegd in het criminele milieu.

,,Getuigen bij dit type moord willen vaak niet praten, sterker nog: ze ‘lossen het zelf wel op’.’’ Om een kettingreactie aan wraakmoorden te voorkomen én slachtofferdiscriminatie uit te sluiten, zou elke moord evenveel aandacht dienen te krijgen, vindt Liem. De politie laat in een reactie weten dat levensdelicten in het criminele milieu vaak niet eenvoudig zijn op te lossen, onder meer omdat getuigen er belang bij hebben te zwijgen en de politie te maken heeft met professionele daders. Dat kan ertoe leiden dat de onderzoeksmogelijkheden bij criminele levensdelicten eerder zijn uitgeput, waardoor een onderzoek wordt stopgezet. 

Minder moorden

Het dalende aantal moorden is de grootste trend uit de database van Liem. De kans om in Nederland vermoord te worden is in 25 jaar sterk gedaald. In de jaren 90 was de moordratio nog 1,8, wat betekent dat de kans om slachtoffer te worden van moord 1,8 op de 100.000 was. ,,Die kans was in 2016 nog maar 0,63. Een historisch laag punt. In de middeleeuwen hadden we een ratio die vergelijkbaar is met dat van delen in  Afrika nu. Duizenden jaren daarvoor zat het in de 100 tot 500, dus we komen van heel ver’’, zegt Liem.

Liem denkt dat de dalende trend deels te danken is aan de komst van internet. De database bevestigt dat voor een groot deel. ,,Met name omdat we zien dat man-tot-manmoorden heel erg zijn afgenomen.’’ Jonge mannen tussen de 15 en 35 jaar lopen het grootste risico om slachtoffer én dader te worden van moord. ,,We zien dat de levensstijl onder die groep de afgelopen jaren heel erg is veranderd. Ze zitten vaker binnen achter hun computer. De komst van internet biedt daarmee een mogelijke verklaring voor de dalende trend.’’

Quote

Moord is een menselijk fenomeen

Marieke Liem - Criminoloog

Hoewel het aantal moorden terugloopt, is het volgens de crimologe nooit helemaal uit te bannen. ,,Moord is een menselijk fenomeen. Zolang we op deze aardbodem leven, zullen we dit type gedrag blijven vertonen. Maar we leven in de veiligste tijd ooit, ook al willen we dat vaak niet geloven.’’

Marieke Liem maakt onderscheid tussen verschillende soorten moord. Hieronder ziet u welk aandeel een bepaald type moord had in het totale aantal:

Marieke Liem bespreekt nog meer van haar bevindingen in de reeks ‘Fataal Geweld’ op 13, 20 en 27 november in de Wijnhaven, Den Haag.