Volledig scherm
© ANP

Prijzen openbaar vervoer stijgen sterker dan autokosten

De prijzen van het openbaar vervoer zijn in tien jaar tijd sterker gestegen dan autokosten, blijkt uit een analyse van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Ten opzichte van 2009 werden vervoerbewijzen voor trein, tram, metro, bus en taxi 30 procent duurder. Bij personenauto's steeg het totaal van aanschaf, onderhoud, brandstoffen, parkeren, verzekeringen en belastingen met 25 procent. 

Volgens het CBS ontwikkelden de kosten van het openbaar vervoer en het rijden in een auto zich de afgelopen tien jaar op verschillende manieren. Sinds 2009 nam de prijs voor reizen met het openbaar vervoer geleidelijk en stapsgewijs toe. Bij de autokosten verliep dat proces veel grilliger. In de periode 2009 tot 2015 stegen de autokosten sterker dan de tarieven van het openbaar vervoer. Tussen 2015 en 2019 lag de ontwikkeling van de autokosten meestal onder die van de openbaarvervoerprijzen.

In Nederland wordt momenteel tien keer zoveel besteed aan autokosten als aan het openbaar vervoer. Autokosten bestaan gemiddeld voor een derde uit brandstofkosten en bewegen dus mee met de fluctuaties in olieprijzen en wisselkoersen. De prijs van autobrandstoffen lag in juli 2019 bijna 26 procent hoger dan in 2009. De prijzen van benzine en diesel stegen in hetzelfde tijdsverloop ruim 30 eurocent per liter. Van alle autobrandstoffen geeft de consument het meest uit aan benzine. Het aanschaffen van een auto, de benodigdheden en de motorrijtuigenbelasting werden sinds 2009 ruim 18 procent duurder.  Het onderhoud bij de dealer steeg iets sterker in prijs, met bijna 25 procent. De parkeertarieven en verzekeringen groeiden het sterkst. Parkeertarieven gingen sinds 2009 met bijna 40 procent omhoog. De premies van motorrijtuigenverzekeringen met ruim 50 procent. 

Europa

Bij het openbaar vervoer valt volgens het CBS vooral de recente stijging van de prijzen op. Op jaarbasis stegen de prijzen in juli 2019 voor het reizen met het openbaar vervoer met 5,5 procent. Het reizen per spoor werd in dezelfde periode 4,6 procent duurder. De prijsstijging in juli 2019 was de één na sterkste sinds halverwege 2005. In januari van dit jaar werd het lage btw-tarief, dat geldt voor openbaar vervoer, verhoogd van 6 naar 9 procent. Treinkaartjes en abonnementen waren in juli 4,4 procent duurder dan vorig jaar. Wie met de tram of metro reed was 5,7 procent meer kwijt. Ook openbaar vervoer over de weg werd duurder. In juli was de prijsstijging voor het reizen per bus 7,7 procent. Vervoer per taxi werd 6,7 procent duurder.

De prijsstijging van het personenvervoer over het spoor en over de weg in Nederland was in juli 2019 de grootste van alle landen in Europa. In België en Duitsland stegen de prijzen in juli met respectievelijk 2,5 en 1,6 procent ten opzichte van een jaar eerder. Niet overal ging de prijs omhoog. In Tsjechië daalde de prijs met 10,2 procent en in Portugal met 8,4 procent.