Özcan Akyol
Volledig scherm
PREMIUM
Özcan Akyol © Joost Hoving

Rechts-extremisme rukt op als dodelijk gif in het maatschappelijk debat

Özcan Akyol schrijft drie keer per week over wat hem bezighoudt.

In dit land mag je niets meer zeggen, horen we vaak, waarmee wordt bedoeld dat kritische geluiden over migranten direct de kwalificaties ‘racisme’ of ‘discriminatie’ krijgen. Maar de werkelijkheid is anders: we mogen echt alles in dit land roepen. Toen de Utrechtse imam Salam deze week tijdens een verhoor liet blijken dat hij een diepgewortelde minachting voelt voor onze normen en waarden, kreeg hij terecht de wind van voren.

De consternatie over zijn optreden is op zijn plaats en dat zijn giftige dictaten een gevaar vormen voor onze rechtstaat is voor weldenkende mensen niet aan twijfel onderhevig. Deze week gebeurde er nog iets opvallends. De grote ophef rond die kwestie bleef echter achterwege: in Hanau (Duitsland) schoot een rechtsextremist negen mensen met een migratieachtergrond dood omdat hij vreesde voor de toekomst van het blanke ras.

Eerder moest een linkse politicus zijn standpunten bekopen met een moordpartij, werd in Halle een aanslag gepleegd op een synagoge en onze oosterburen hadden ook nog te maken met de zogenaamde ‘dönermoorden’ - aanvallen op mensen met een buitenlandse achtergrond.

Bekijk hieronder beelden van de nasleep van de schietpartij in Hanau: