Volledig scherm
Abbas Babai heeft het kolossale tapijt voor de foto buiten uitgerold © Saskia Berdenis van Berlekom

Restauratie 'Ridderzaaltapijt' is eervolle klus

AmersfoortIn zijn vaderland Iran is het een gangbaar formaat. Maar voor Nederlandse begrippen geldt het tapijt van bijna 100 vierkante meter dat Abbas Babai nu onder handen heeft als uniek. Het tapijt met bloemenmotief lag tot in de jaren '20 in de Ridderzaal in Den Haag (die van de jaarlijkse Troonrede) en behoort tot de collectie van het Historisch Museum in Deventer, de stad waar het tapijt ruim honderd jaar geleden werd gemaakt.

Babai (52) mag trouwens de totale tapijtencollectie van het museum, die 58 stuks omvat, restaureren. Hij noemt het zogenoemde 'Ridderzaaltapijt', waarschijnlijk één van de grootste vloerkleden van Nederland, een 'bijzonder' museumstuk. 'Aan de ene kant is het recht en aan de andere kant loopt het rond. Dat is heel moeilijk om te knopen.'

Hij schat dat er, uitgaande van zes à zeven arbeiders, destijds wel een jaar aan is gewerkt. 'Het is grof geknoopt, anders zou het nóg langer hebben geduurd.'

Het reinigen van het hier en daar verkleurde tapijt gebeurt met een in speciale shampoos gedrenkte doek, een klus die ongeveer twee dagen in beslag neemt. Het lastige is dat het tapijt, dat hij voor de foto heeft uitgerold op de parkeerplaats achter zijn flat bij de Waltoren niet in z'n volle glorie past in Babai's winkel aan de Hogeweg.

Na de schoonmaakbeurt dicht de kleine 'Perziër' de gaatjes die door de jaren heen in het tapijt zijn ontstaan. Over een maand is de hele klus geklaard.

Hij mag inmiddels aardig wat kastelen onder zijn cliëntèle rekenen, waaronder Slot Zeist en Te Wierik in Delden. Verwonderlijk? Nee, want Babai is een ouderwetse handwerksman.

Als jochie van 13 restaureerde hij al tapijten in de bazaar van Teheran.