Rotterdamse agente: Mijn hoofddoek hoort bij mij

VideoSarah Izat is dolblij. De Rotterdamse politiemedewerkster heeft van het College voor de Rechten van de Mens gelijk gekregen: de politie mag haar niet verbieden een hoofddoek te dragen. ,,Ik had hiervan gedroomd, maar niet gedacht dat het zo zou gaan”, zegt ze. Haar telefoon trilt voortdurend. Met een grote glimlach scrollt ze door de berichtjes.

Volledig scherm
Sarah Izat is blij met de uitspraak. © Marco De Swart

Ze heeft nauwelijks geslapen en sinds gistermiddag niet meer gegeten. Sarah Izat (26) was bloednerveus. Izat diende dit voorjaar een klacht in omdat ze van haar werkgever, de politie, geen hoofddoek mag dragen tijdens haar werkzaamheden. De gedragscode van de politie verbiedt zichtbare religieuze uitingen zoals een hoofddoek, een tulband of een katholiek kruis. Vandaag stelde het college haar in het gelijk.

Quote

Toen ik begon, heb ik gevraagd hoe het zat met mijn hoofddoek. Dat was geen probleem, zeiden ze

Sarah Izat

,,Ik hoopte natuurlijk wel op een positieve uitspraak”, zegt ze, uitgelaten, in het kantoor van haar advocate in Rotterdam. ,,Dit is een hele grote steun in de rug van moslima’s die hun ambities willen waarmaken op de arbeidsmarkt. Natuurlijk is dit oordeel een advies, het is niet bindend, dus de politie kan het naast zich neerleggen, maar het College voor de Rechten van de Mens is wel gezaghebbend, dus de meeste organisaties leggen dat niet naast zich neer.” 

Izat werkt op het servicecentrum van de politie. ,,Ik ben in 2013 bij de politie komen werken via een uitzendbureau. Ik wist eerst niet eens dat het om een functie bij de politie ging. Toen ik begon, heb ik gevraagd hoe het zat met mijn hoofddoek. Dat was geen probleem, zeiden ze.” Haar hoofddoek werd wél een probleem nadat ze werd gevraagd om mee te werken in het team dat via een beeldverbinding aangiften van slachtoffers opneemt.

Waarom was dat een probleem?

,,Dat werk gebeurt normaal gesproken in uniform. We kregen zelfs een mail dat iedereen die een uniform heeft, dat ook moet dragen. En ik héb een uniform, dus dan wil ik het ook aan. Ik accepteerde de baan, maar toen kreeg ik te horen dat de gedragscode moest worden nageleefd en dat ik dus mijn hoofddoek niet op mocht. De situatie is vorig jaar al door leidinggevenden besproken, maar het duurde lang voordat ik antwoord kreeg over mijn situatie.”

,,Op de eerste dag van mijn opleiding, in april van dit jaar besloot ik om een antwoord af te dwingen door in politie-uniform op mijn werk te verschijnen. Ja, toen heb ik een antwoord gekregen. Ik werd weggestuurd. Ik ben naar huis gegaan, heb een paar selfies gemaakt en ben weer naar mijn werk gegaan, in mijn burgerkleren. De dagen erna vroeg iedereen waar mijn uniform was. Dat was pijnlijk.” Ze diende in mei een klacht in bij het college.

Waarom is je hoofddoek zo belangrijk voor je?

,,Mijn hoofddoek is mijn identiteit. Die hoort bij mij. Dat is een persoonlijke keuze, ik zie het als een plicht. Een plicht die ik vrijwillig ben aangegaan. Wat ik doe als ik moet kiezen? Kiezen tussen mijn hoofddoek en mijn ambities vind ik lastig. Ik hoop dat ik niet hoef te kiezen, ik geloof dat we hier samen wel uitkomen.”

Wat verwacht je nu van de politie?

,,Het zou al winst zijn als de politie de uitspraak van het college naast de gedragscode gaat leggen om die code aan te passen. Ja, ik heb veel reacties gekregen van collega’s. Ook heel veel warme en hartelijke reacties. Mijn collega’s weten dat ik dit doe voor de politie. Ik ben ervan overtuigd dat de politie-organisatie aan kwaliteit wint door mensen met verschillende achtergronden aan te nemen. De politie wil divers zijn, dat bereik je niet door een hele groep uit te sluiten.”

Tegenstanders vinden dat de politie niet langer neutraal is als agenten een hoofddoek dragen.

,,Ik begrijp hun angsten. Maar het is niet mijn uitstraling die je belt. Als je mij aan de telefoon krijgt, krijg je de politie aan de lijn. Het gaat om mijn vaardigheden. Mijn hoofddoek hoeft mijn optreden niet in de weg te staan. Het stáát ook niet in de weg van mijn optreden. Ik heb nog nooit klachten gehad van mensen die ik hielp. Ik doe mijn werk goed. Mensen benaderen de politie omdat ze slachtoffer geworden zijn en dan zien ze mij. Ik kan ze goed helpen. Ik heb bewezen dat het hebben van een geloofsovertuiging niet ten koste gaat van neutraliteit. Mensen met een politie-uniform aan hanteren de wet. En dat doe ik ook.”