Volledig scherm
PREMIUM
Paul de Leeuw. © Joost Hoving

Schattig hondje met een klein Bosnisch traumaatje

columnPaul de Leeuw schrijft wekelijks over wat hem bezighoudt.

Quote

Die nacht droom ik van een hondje dat mij blaffend wekt en met twee messen voor mijn bed staat

Ik zit met een dierbare vriend in de tuin te genieten van het weer en van onze vriendschap. We gaan een weddenschap aan. Gaat Erica volgend seizoen op reis naar de Thaise voetballertjesgrot? We zien het al helemaal voor ons. Ze komt frivool de grot binnen, vertelt dat ze ooit olympisch zwemster is geweest, duikt vervolgens het water in en besluit de hele reddingsoperatie al zwemmend nog eens dunnetjes over te doen. ,,Het zou een uitdaging zijn, toch?’’

Mijn dierbare vriend vertelt dat hij zelf ook een uitdaging aangaat. Hij schaft zich namelijk een asielhondje aan. ,,Ach? Valt dat wel te combineren met je werk?’’ vraag ik hem. Hij laat een foto van het hondje zien en ik ben ­direct om. ,,Misschien kunnen wij dan de oppaspappa’s worden van dit hondje.”

De deal wordt bezegeld met een flink glas rosé. Als mijn dierbare vriend voor langere tijd weg moet, vanwege zijn werk, komt het hondje naar ons toe. Maar toch moet ik hem de vraag stellen: ,,Weet je wat over de achtergrond van het hondje?’’ Hij blijkt afkomstig te zijn uit Bosnië. Misschien moeten we hem met oud en nieuw een narcotiserend spuitje geven, vanwege het heftige vuurwerk. Omdat-ie misschien een klein Bosnisch traumaatje heeft. We kijken naar een filmpje waarin de hond vrolijk speelt met andere hondjes. Het is een schattig gezicht.

,,Ik heb met het asiel afgesproken dat ik hem eerst op proef neem, want toen ik ging kijken was-ie wel erg druk en ik weet niet of dat in de stad gaat lukken’’, zegt mijn dierbare vriend. Dat begrijp ik volkomen. We ­besluiten hem eerst op adem te laten komen in de stad, dan komt-ie daarna naar ­Center Parcs Het Gooi.

Maar helaas. Het hondje is inmiddels weer in het asiel. Een appje maakt me duidelijk waarom: ‘Hi Paul. Het is niet gelukt. We waren net thuis en toen had hij al een paar keer op de bank en het tapijt gepiest. Hij schrikt van elk geluid in de stad. Bij het open raam schrok hij zo erg dat-ie tot twee keer toe bijna uit het raam is geflikkerd. Toen ik hem ging uitlaten, blafte hij alles bij elkaar. Dit gaat me niet lukken. Ik had beter moeten na­denken, ik breng hem terug.’

Teleurstelling maakt zich van ons meester. Toch is het beter zo. Misschien zou het hondje in een groene omgeving rustiger zijn geworden, maar wij nemen geen permanent hondje meer omdat mijn man zegt: ,,En wie moet dan uiteindelijk voor het dier ­zorgen?”

Die nacht droom ik van een hondje dat mij blaffend wekt en met twee messen voor mijn bed staat. Gillend stuif ik uit bed. De volgende dag ga ik met mijn dierbare vriend koffiedrinken en we voelen ons slap en mislukt. Je kunt een asielhondje een mooier leven geven, maar het ontbreekt ons nu eenmaal aan tijd. ,,Dit moeten we nooit meer doen’’, concluderen we.

Later vertelt hij dat de vader van het hondje een zwarte Duitse herder is. Op slag voel ik me ook een beetje opgelucht.