Volledig scherm
Monument ter nagedachtenis aan de KNIL. © ANP

Staat hoeft miljardenschuld Indische gemeenschap niet te betalen

Nabestaanden van tienduizenden ex-KNIL-militairen en ambtenaren uit Nederlands-Indië krijgen geen achterstallige salarissen van hun ouders uitbetaald. De Centrale Raad van Beroep bevestigt vandaag een eerdere uitspraak van de rechtbank.

Tijdens de Japanse bezetting (1942-1945) kregen 82.000 voormalige militairen en ambtenaren in de toenmalige Nederlandse kolonie geen salaris. Decennialang vochten ze voor uitbetaling van deze schuld van – omgerekend - 5,7 miljard euro.

Nederland heeft dit altijd geweigerd, omdat deze financiële verplichtingen zouden zijn overgedragen aan Indonesië. Dat blijkt niet te kloppen. Eind 2015 sloot het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) alsnog een overeenkomst met het Indisch Platform als 'morele genoegdoening'. Rechthebbenden die op 15 augustus 2015 nog in leven waren, krijgen een eenmalige uitkering van 25.000 euro. Uiteindelijk gaat het om nog geen 600 personen.

Oneerlijk

Quote

Hij is in dienst geweest van Nederland, is gemarteld en heeft geleden. Ik heb het gevoel dat hij niet meetelt

Nabestaanden gingen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep. Liszy Jonkers, dochter van een KNIL-militair, vindt de willekeurig gekozen peildatum ‘oneerlijk’ en ‘discriminerend’. Ze wil morele en financiële erkenning voor haar vader. ,,Hij kan er niets aan doen dat hij al in 2004 overleed'', zei ze eerder. ,,Hij is in dienst geweest van Nederland, is gemarteld en heeft geleden. Ik heb het gevoel dat hij niet meetelt.''

Eerder oordeelde de rechtbank dat de voorwaarden van de regeling ‘niet onredelijk’ waren. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat vonnis. ,,Het betreft een regeling die niet gebaseerd is op een wet;;, zegt persrechter J. Zeijen. ,,Het is beleid dat voor sommigen gunstig is, en voor anderen niet.''

Kleine tik op de vingers

De Centrale Raad van Beroep geeft de rechtbank wel een kleine tik op de vingers. Zeijen: ,,Omdat het beleid is, moet de rechtbank terughoudend zijn in de beoordeling. De rechter kan niet op de stoel van de minister of wetgever gaan zitten en beoordelen of de voorwaarden redelijk zijn, maar moet alleen toetsen of de regeling consequent is uitgevoerd.''

Tegelijk met de zaak van Jonkers heeft de Centrale Raad van Beroep in drie andere gevallen van nabestaanden vandaag eenzelfde uitspraak gedaan. De nabestaanden hebben nu in Nederland geen mogelijkheid meer om te procederen. Ze kunnen nog wel naar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens stappen.