Volledig scherm
foto ter illustratie © ANP

Taskforce zet digitale trucs in om drugscriminaliteit sneller te bestrijden

Gemeenten, provincies, politie, Openbaar Ministerie, de Fiscale inlichtingen- en opsporingsdienst (FIOD) en de Belastingdienst gaan voortaan data van allerlei bronnen gebruiken en bundelen om sneller dan ooit drugscriminaliteit in Nederland op te kunnen sporen. 

Dat zegt directeur Ad van Mierlo van de Taskforce-RIEC Brabant-Zeeland in het Financieele Dagblad. Door data te combineren komen er sneller verdachte patronen naar boven, schetst Van Mierlo. Als voorbeeld noemt hij ondernemingen die actief zijn rond een jachthaven en online te vinden zijn, maar niet bij Belastingdienst bekend zijn. Maar er wordt bijvoorbeeld ook gekeken naar vliegbewegingen en bedrijfjes bij kleine luchthavens en naar de vestigingsplaats van een motorclub.  ,,Veel criminaliteit bevindt zich in Nederland onder de radar bevindt”, benadrukt de directeur. 

Doel van de taskforce is dan ook met allerlei digitale middelen realtime-inzicht te krijgen in de criminele industrie. De gegevens stellen lokale overheden in staat sneller over te gaan tot het sluiten van drugspanden of het starten van een vordering om geld af te pakken. Van Mierlo stelt dat de drugsindustrie de samenleving voor grote problemen stelt. Onderzoekers van de politieacademie becijferden in 2018 dat jaarlijks voor zo’n 19 miljard drugs in ons land wordt geproduceerd. Verder groeit de angst voor toenemende maatschappelijke ontwrichting, omdat steeds meer crimineel geld zijn weg vindt naar de bovenwereld. 

Van Mierlo: ,,Het simpelweg opsporen van individuele boeven volstaat niet meer. We komen aan de voorkant van de criminaliteit. Soms lukt dat al via enkele simpele muisklikken, vaker vallen veel puzzelstukjes samen door het combineren van data.”

De Taskforce wil ook meer gebruikmaken van burgers. Van Mierlo: ,,Ik verbaas me erover dat we een drugslab aantreffen, pal naast een speeltuin. Een paar dagen later lees ik dan in de krant dat bewoners al lange tijd een vermoeden hadden. Dan denk ik: we moeten nog verder indalen in de samenleving.”

  1. Johan Jansen hoort er eigenlijk niet meer te zijn: ‘ik ben de nul procent’

Johan Jansen reist door zijn ongeneeslijke ziekte de wereld over ‘het opende mijn ogen’

Johan Jansen leeft al jaren in de strafschoppenfase van zijn leven: ‘ik heb geluk gehad’

Nul procent van de mensen met beenmergfibrose is er nog na 25 jaar, behalve Johan
    PREMIUM
    Ik heb geleefd

    Johan Jansen hoort er eigenlijk niet meer te zijn: ‘ik ben de nul procent’ Johan Jansen reist door zijn ongenees­lij­ke ziekte de wereld over ‘het opende mijn ogen’ Johan Jansen leeft al jaren in de strafschop­pen­fa­se van zijn leven: ‘ik heb geluk gehad’ Nul procent van de mensen met beenmergfi­bro­se is er nog na 25 jaar, behalve Johan

    Annemarie Haverkamp praat met mensen over hun leven en het einde dat nadert.Johan Jansen (76) vergelijkt zijn leven met een voetbalwedstrijd. De verlenging heeft hij al lang uitgespeeld, nu zit hij in de strafschoppenfase. Jansen wil graag zijn verhaal vertellen, omdat hij een boodschap heeft. ‘Als ik straks dood ben, moeten de mensen echt niet met lange gezichten naar mijn begrafenis komen’