Volledig scherm
Foto van de aanhouding in Kapelle. © Politie

Terreurverdachte van Syrisch bataljon Jabhat al-Nusra aangehouden in Zeeland

De politie heeft vandaag in het Zeeuwse Kapelle een 47-jarige Syriër aangehouden die verdacht wordt van betrokkenheid bij oorlogs- en terroristische misdrijven in Syrië. De man zou als commandant van een bataljon van het terroristische Jabhat al-Nusra hebben deelgenomen aan de gewapende strijd.

De man vocht onder de strijdersnaam Abu Khuder. Het bataljon waarover de verdachte het commando zou hebben gehad is bekend geworden als Ghuraba’a Mohassan (Vreemdelingen van Mohassan). Bij de doorzoeking van de woning van de verdachte is beslag gelegd op documenten en gegevensdragers als een computer en telefoon.

Tegelijkertijd zijn zes doorzoekingen in Duitsland gedaan in woningen van vermoedelijke strijders van Ghuraba’a Mohassan, in een gecoördineerde actie. Het gaat om doorzoekingen in een zelfstandig Duits onderzoek. Ook is een woning in Ede doorzocht, waar een man woont die in contact stond met verdachte.

Asiel

De aangehouden man verblijft sinds 2014 in Nederland en is in het bezit van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Het strafrechtelijk onderzoek tegen hem is begonnen met informatie van de Duitse politie, die beschikte over verklaringen van getuigen tegen de man.

De verdachte is vandaag in verzekering gesteld en wordt vrijdag voorgeleid aan de rechter-commissaris bij de rechtbank in Den Haag. Deze rechtbank is aangewezen om internationale misdrijven, waaronder oorlogsmisdrijven, te behandelen.

Algemeen Dagblad gebruikt je persoonsgegevens om deze reactie te kunnen plaatsen. Meer informatie vind je in ons privacy statement
  1. ‘Relatie voormalige hoofdofficieren was plakkerig en ongezond’

    ‘Relatie voormalige hoofdoffi­cie­ren was plakkerig en ongezond’

    Het eerder achtergehouden hoofdstuk van het rapport van de commissie-Fokkens, die een reeks interne perikelen in de hogere regionen van het Openbaar Ministerie (OM) onderzocht, is vandaag alsnog openbaar gemaakt. Vanwege privacygevoelige informatie en een dreigend kort geding van een tot dusver onbekend gebleven ‘belanghebbende’ werd bij de presentatie van het rapport op 25 april van publicatie van het hoofdstuk afgezien. Het geding is niet doorgezet, aldus het OM. In het hoofdstuk komen saillante verklaringen over de affaire tussen de twee hoofdofficieren aan bod.