Volledig scherm
Foto ter illustratie. © ANP

Vreemdeling vaak korter in cel

Honderden criminele vreemdelingen hebben de afgelopen jaren hun celstraf niet volledig hoeven uitzitten. Dat blijkt uit gegevens die deze krant heeft opgevraagd bij het ministerie van Veiligheid en Justitie.

Door een regeling die in april 2012 van kracht werd, kunnen vreemdelingen een deel van hun celstraf ontlopen door te kiezen voor terugkeer naar hun thuisland. Over die regeling van 'strafonderbreking' ontstond dit jaar ophef nadat een Pool was vrijgelaten die verantwoordelijk was voor het doodrijden van een 2-jarig meisje en haar grootouders in Meijel. De man had tot woede van de nabestaanden 15 maanden cel gekregen en mocht ook nog eens na krap negen maanden de cel uit om naar zijn zwangere vriendin in Polen te gaan.

Toenmalig staatssecretaris Klaas Dijkhoff (VVD, Asiel) beloofde de regeling daarop aan te scherpen, maar  dat is nog niet gebeurd. 

Eerder vrij

In 2015 en 2016 zijn in totaal ongeveer 800 criminele vreemdelingen op eenzelfde manier eerder uit de cel gelaten. Dit jaar gaat het tot dusver om meer dan tweehonderd gevallen. 

Het gaat zeker niet alleen om kruimeldieven: het betreft ook plegers van delicten waar meer dan drie jaar cel op staat, zoals drugssmokkelaars en zedendelinquenten.  Over welke misdrijven het precies gaat, kan het ministerie niet aangeven.

Volgens de regeling moeten de criminele vreemdelingen in ruil voor hun vrijheid wel aantoonbaar het land verlaten en minimaal de helft van hun straf hebben uitgezeten. Ook moeten ze terug de cel in als ze opnieuw naar Nederland komen. 

Keuze crimineel

Het ministerie van Veiligheid en Justitie schermt ermee dat het vaak lukt criminele vreemdelingen uit te zetten, maar dat blijkt dus in veel gevallen het gevolg van de keuze van de crimineel zélf. Volgens het departement gaat het om bijna de helft van de gevallen. De meest voorkomende nationaliteiten zijn Surinamers, Albanezen en Polen.

Dijkhoff heeft gezegd dat hij de regeling wil aanscherpen, zodat strafonderbreking niet meer mogelijk is als de ‘belangen van slachtoffers en nabestaanden’ in het geding zijn. Die taak komt nu op het bordje van de volgende minister of staatssecretaris te liggen. Dijkhoff waarschuwde al dat dit niet voor januari 2018 een feit zal zijn.