Volledig scherm
De Grote Kerk in het hart van Den Haag © Braaksma & Roos

VVD: verplaats Prinsjesdag tijdens renovatie Binnenhof

De troonrede in de Grote Kerk? Het zou zo maar kunnen. De Tweede Kamer denkt na over alternatieven voor de Ridderzaal in de periode van de grote renovatie van het Binnenhof.

Volledig scherm
De Gouden Koets op weg naar de Ridderzaal, Prinsjesdag 2015 © ANP

Volgens minister Stef Blok is allemaal niet nodig. Prinsjesdag zou gewoon op het Binnenhof en in de Ridderzaal kunnen blijven in 2020 en daarna, wanneer het beroemde gebouwencomplex een complete face-lift ondergaat.

Maar de Tweede Kamer vraagt zich af of dat wel handig is. De vrees bestaat dat de grote verbouwing dan rond elke  Derde Dinsdag in september een maand stil komt te liggen. Donderdag diende VVD-Kamerlid Ingrid de Caluwé daarom een motie in. Zij roept de regering op uit te zoeken hoe veel tijdwinst er wordt geboekt als gedurende de verbouwing de Verenigde Vergadering van Prinsjesdag uitwijkt 'naar een andere representatieve locatie in Den Haag'. ,,Ik denk zelf aan de Grote Kerk,'' zegt De Caluwé desgevraagd. ,,Dat is een mooi gebouw en de koets kan er ook komen. Als we zo kunnen bereiken dat de verbouwing van het Binnenhof korter duurt, vind ik de moeite waard dit uit te zoeken.''   

Maar het ligt gevoelig allemaal. Officieel gaat het kabinet niet over de vergaderplek. Verenigde Vergaderingen zijn een zaak van Kamers zelf, waarbij de Eerste Kamer de hoofdrol speelt. Het is immers de voorzitter van de senaat, die de vergadering leidt (en 'Leve de koning!' roept). Tegelijk is de Troonrede weer wél een zaak van het kabinet en uiteraad ook van de koning. Ook hij moet akkoord gaan met een wisseling van decor.

Historisch gezien heeft de Grote Kerk goede papieren. Er hebben zich hier tal van Oranje-plechtigheden afgespeeld. En al in 1456 streek de politiek neer in de kerk, toen de Ridders van het Gulden Vlies er tien dagen lang confereerden.

En dan is er nog een voorstel uit het Utrechtse om Prinsjesdag een keertje dáár te doen. ,,Dat ligt niet erg voor de hand,'' zegt Gert Riphagen, woordvoerder van de Eerste Kamer.