Volledig scherm
Scholieren op slootexcursie bij Rotterdam © Arjen Jan Stada (archief)

Waterkwaliteit in sloten, plassen en vennen zorgelijk, blijkt uit groot burgeronderzoek

De kwaliteit van kleine wateren in Nederland is zorgelijk. Zo heeft ruim tweederde van de sloten, beekjes en plassen een te hoog stikstofgehalte, blijkt uit een groot burgeronderzoek dat is gecontroleerd door onderzoeksinstituut NIOO-KNAW. Dat onderzoek is opgezet omdat de overheid de kwaliteit van kleine wateren nauwelijks controleert. 

Net als bij grotere wateren, waar de waterkwaliteit wel wordt gemonitord, blijkt de situatie in veel sloten, beken en vennen niet best: 22 procent van de bijna 800 onderzochte wateren scoort slecht, 61 procent matig en slechts 17 procent bleek van goede kwaliteit. Mest en riooloverstorten lijken de voornaamste bronnen van verontreiniging.

Kleine wateren vormen samen een derde van het Nederlandse oppervlaktewater. Ze staan vaak rechtstreeks bloot aan vervuilingsbronnen als meststoffen en bestrijdingsmiddelen en zijn daardoor kwetsbaar, zegt ecoloog Sven Teurlinkx van het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW), die het onderzoek coördineerde. ,,Tegelijkertijd zijn het de wateren waar mensen het meeste mee in aanraking komen. De gemiddelde Nederlander komt niet dagelijks bij het IJsselmeer, maar wel bij het slootje voor zijn huis. De kleine wateren vormen de haarvaten van ons watersysteem, waar we van afhankelijk zijn als we willen zwemmen of schoon drinkwater willen. Daarnaast vormen ze een belangrijk leefgebied voor vissen, planten, insecten en vogels.’’

Drinkwater

Drinkwaterbedrijven sloegen eerder dit jaar al alarm over de zorgelijke kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater in Nederland.  Rivieren raken steeds sterker verontreinigd met chemische stoffen en medicijnresten, terwijl meststoffen en bestrijdingsmiddelen steeds dieper doordringen in het grondwater. De winning van drinkwater komt daardoor in gevaar, waarschuwde de Vereniging van waterbedrijven in Nederland (Vewin).

Van de wateren die systematisch worden gecontroleerd, voldoet slechts 1 procent aan de gestelde normen. In ongeveer een derde van de wateren in Nederland wordt de kwaliteit echter nooit of zelden gemeten. Om de kwaliteit van de kleinere waterlopen en plassen toch in beeld te krijgen, besloten Natuur & Milieu en ASN Bank de hulp in te roepen van burgers (zie kader).  Dat leverde 782 bruikbare metingen op uit het hele land.

Te rooskleurig

Die resultaten roepen waarschijnlijk nog een te rooskleurig beeld op, zegt Teurlinkx. ,,We hebben niet gemeten of er poepbacteriën of blauwalg in het water zitten of onderzocht of het water veilig is om in te zwemmen. Ook stoffen waar grote wateren wel op worden gecontroleerd, zoals pesticiden, medicijnresten en zware metalen, zijn niet gemeten. Of denk aan PFAS, waar nu veel discussie over is. Het zou goed zijn om daar in een vervolgonderzoek wel naar te kijken.’’

Desalniettemin geeft het burgeronderzoek volgens de ecoloog een goede indicatie van de toestand van het Nederlandse oppervlaktewater. ,,In driekwart van de door ons onderzochte wateren bleek het stikstof- of fosfaatgehalte boven de norm. Het gaat om meststoffen uit de landbouw, maar ook van burgers die hun tuintjes bemesten, eendjes voeren of stikstofoxiden uit uitlaatgassen die uit de lucht neerslaan. Dat is niet alleen een probleem voor de biodiversiteit, zoals nu wordt benadrukt in de stikstofcrisis. Een overschot aan voedingsstoffen zorgt niet alleen voor minder vissen, maar bedreigt ook de kwaliteit van ons drink- en zwemwater doordat bijvoorbeeld blauwalg en botulisme oprukken.’’

De overheid moet meer doen om watervervuiling te voorkomen, stelt directeur Rob van Tilburg van Natuur & Milieu. ,,Als boeren minder mest en bestrijdingsmiddelen gebruiken op hun land, komen die minder in het oppervlaktewater terecht.’’ Daarnaast zouden gemeenten de afvoer van riool- en regenwater moeten scheiden. ,,Nu raken waterzuiveringsinstallaties bij hoosbuien vaak overbelast, waardoor rioolwater ongezuiverd in het oppervlaktewater komt.’’ Ook burgers kunnen helpen om de waterkwaliteit te verbeteren, zegt Van Tilburg, door hun dakgoot niet af te wateren op het riool maar op een regenton. 

‘Burgerwetenschap’

Ruim 850 mensen deden afgelopen mee aan het onderzoek ‘Vang de watermonsters’, een groot ‘citizen science’-project om de waterkwaliteit in Nederland beter in kaart te brengen.

Afgelopen zomer verspreidden Natuur & Milieu en ASN Bank 4000 meetkits met daarin onder andere strips om de pH-waarde, nitraat- en nitrietconcentratie van water te meten. De vrijwillige deelnemers keken ook naar de helderheid van het water, de soorten waterplanten en maakten foto’s. Experts van het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW) controleerden vervolgens de resultaten op een deel van de bemonsterde locaties met professionele apparatuur.

Onderzoeker Sven Teurlincx van het NIOO ziet grote meerwaarde in burgeronderzoek. ,,In korte tijd konden we op deze manier veel meer metingen verzamelen dan we ooit met professionele onderzoekers hadden gekund, op veel meer plekken. Met betaalde krachten zou dat ook veel duurder zijn geweest. Bovendien creëert zo’n project meer betrokkenheid van burgers bij de waterkwaliteit in hun omgeving.’’

Biologen doen steeds vaker hun voordeel met het speurwerk van burgers. Zo worden de Tekenradar, Muggenradar, de Tuinvogeltelling, de Vlindertelling en Natuurkalender als voorbeelden van succesvolle burgerwetenschapsprojecten gezien.

Hoewel de resultaten van het watermonsteronderzoek niet meteen wetenschappelijk zijn, vervullen ze volgens Teurlincx wel en een belangrijke signaalfunctie. ,,Ze geven een goed eerste beeld van de toestand van het water en leveren bruikbare data voor waterbeheerders op om verontreiniging verder te onderzoeken en aan te pakken.’’

Het is de bedoeling dat het onderzoek volgend jaar een vervolg krijgt, met meer burgeronderzoekers en op meer locaties.