Volledig scherm
Witte de With is van zijn voetstuk gevallen. © Mark Reijntjens

‘We moeten onze geschiedenis niet wegmoffelen’

De heisa over het Rotterdamse kunstcentrum Witte de With staat niet op zichzelf. Al langer woedt de discussie of de zogenaamde helden van vroeger nog wel een straat, plein of beeld verdienen. Liesbeth Dirks (58 jaar), geschiedenisleraar van het jaar, vindt van wel. 

Steeds is de vraag: moeten we die grootheden, die bij nader inzien misschien niet zo groot waren, nog wel bewieroken? Overzee wordt er inmiddels letterlijk over geknokt. Vorig maand waren er in de VS nog hevige rellen tussen extreemrechts en tegenstanders over het plan het standbeeld van generaal Robert E. Lee -voorstander van slavernij - weg te halen.

Liesbeth Dirks (geschiedenisleraar van 2016, al 32 jaar in het onderwijs) volgt het nieuws op de voet en bespreekt het ’t liefst vers-van-de-pers in de klas. ,,Na de zomervakantie heb ik het in 5 vwo direct over de rassenrellen in Amerika gehad. En de discussie naar Nederland getrokken. Moeten hier beelden weg?’’

De docent aan het Schoonhovens College realiseert zich dat haar mening opnieuw tot debat zal leiden. ,,Ik zal na dit artikel wel weer twee weken bezig zijn om alles nog eens uit te leggen. Het ligt allemaal zó gevoelig.’’

Volledig scherm
Liesbeth Dirks, geschiedenisleraar van het jaar. © Stephan Tellier

Niet wegmoffelen

Toch wil ze duidelijk zijn: de monumenten kunnen blijven. ,,Als we al die namen uit de openbare ruimte halen, zijn we bezig onze geschiedenis weg te moffelen. Daar geloof ik niet in. Want die helden verwijzen naar allerlei hoofdstukken in onze historie die Nederland wel hebben gemaakt tot wat het nu is.’’

Haar oplossing: laat het zoals het is, maar vermijd woorden als held. ,,De meeste hommages stammen uit de negentiende eeuw toen het nationalisme hoogtij vierde. Nu kijken we kritischer naar mensen als Coen, dus is het logisch dat er in Hoorn inmiddels een ander bordje bij zijn beeld staat. Met de tekst dat hij bekritiseerd wordt voor zijn agressieve beleid in Indië.’’

,,Het is een compromis. En dat is zéker iets heel Nederlands, maar wel iets waarop we best trots kunnen zijn, vind ik. Misschien is het juist door dit soort oplossingen dat het hier niet zo uit de hand loopt als in de VS.’’

,,Maar wat is het alternatief? Dat we zo’n beetje heel Nederland ‘schoonvegen'? En dat we nooit meer een straat naar iemand vernoemen? Ook niet naar - ik noem maar - een Johan Cruyff? Want wie weet wat we over honderd jaar van hém vinden.’’

,,Ik begrijp dat volken na een revolutie beelden weghalen die voor een andere regime staan. Zoals Irak deed met Sadam Hoessein. Of de DDR met Stalin. Die beelden neerhalen was symbolisch: teken van een nieuwe tijd. Maar wij hebben het hier over beelden uit het verleden: ze hoeven niet weg voor een nieuw begin. Sterker, ik denk dat ze juist nodig zijn om discussies te starten. Ook over de Gouden Eeuw. Want ook ik vind dat Nederland lange tijd te weinig aandacht heeft gehad voor de zwarte kant van die tijd. Ook in het onderwijs. Toen ik als leraar begon, was er nauwelijks aandacht voor zoiets als de slavenhandel. Nu is dat er wel degelijk.’’

,,Eerder is er heus wel discussie geweest. Bijvoorbeeld over de monumenten voor generaal Van Heutsz, de krijgsheer uit Indië. Maar dat het zo emotioneel wordt, is iets van de laatste jaren. Het heeft, denk ik, te maken met de polarisatie in politiek en samenleving. Partijen als de PVV die dingen op scherp zetten en daarmee een tegenreactie oproepen. Die polarisatie speelt ook in de VS onder Trump. Het is geen toeval dat de zwarte gemeenschap nu in het geweer komt; het is een teken van emancipatie. ‘Wij laten ook van ons horen’.’’

,,Daar zit wel iets in. We hebben, vooral in de naoorlogse jaren, misschien iets te vaak een grote broek aangetrokken, te vaak met het vingertje naar ‘ondemocratische’ landen gewezen. Het valt ons blijkbaar zwaar zoiets als onze rol in de slavenhandel te erkennen.’’ 

Lees hier wat AD-commentator Hans van Soest van de kwestie vindt