Volledig scherm
MC Slotervaart in Amsterdam is failliet verklaard. Met name de personeelstekorten en daardoor de hoge kosten van de externe inhuur leidden tot financiële problemen.

‘We zijn er niet om ziekenhuizen in de lucht te houden’

5 vragenBetrokkenen bij het faillissementsdrama noemen elkaar onwelwillend om een noodlijdende ziekenhuisgroep te redden. Vijf vragen en antwoorden over hoe het zo mis kon gaan en wie daarvoor verantwoordelijk is.

1. Wie zorgt er voor goede ziekenhuiszorg in Nederland?

Zorgaanbieders en verzekeraars moeten samen afspraken maken over de behandelingen in een ziekenhuis en de vergoeding daarvan. De zorgverzekeraars hebben zelfs een wettelijke plicht om genoeg zorg in te kopen. De Nederlandse Zorgautoriteit (NZA) ziet daarop toe. Daarnaast houdt de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd toezicht op de kwaliteit en veiligheid van de geleverde patiëntenzorg. Het ministerie van Volksgezondheid grijpt pas in als de bereikbaarheid van spoedeisende hulp en acute verloskunde in de regio’s in gevaar komen.

2. Waarom hebben de zorgverzekeraars niet voorkomen dat deze ziekenhuizen omvielen?

Simpel gezegd: verzekeraars vinden dat ze op aarde zijn om zorg te regelen voor hun verzekerden, niet om specifieke ziekenhuizen financieel te ondersteunen. Op de website van Zilveren Kruis, de verzekeraar die er het meest bij betrokken is, staat letterlijk: ‘Wij zijn zeer terughoudend bij het financieren van zorginstellingen.’ Beide ziekenhuizen draaiden al lange tijd met verlies, naar eigen zeggen omdat ze peperduur extern personeel moesten aantrekken door de moeilijke arbeidsmarkt. De zorgverzekeraars eisten dat met reorganisaties de rode cijfers zouden verdwijnen, maar juist door die ingrepen was er aanhoudend te weinig geld in kas om de rekeningen te betalen. Uiteindelijk hebben alle verzekeraars en de banken de stekker eruit getrokken.

3. Was er dan geen enkele bereidheid de ziekenhuizen te redden?

Daar begint het grote vingerwijzen: volgens de ziekenhuistop werden plannen voor ingrijpende reorganisaties van beide locaties niet door de geldschieters gesteund. Zilveren Kruis heeft een andere lezing. De verzekeraar zegt zijn stinkende best te hebben gedaan om de ziekenhuizen overeind te houden. In juli is zelfs besloten om een grote vordering tijdelijk niet op te eisen. Begin oktober vroegen de ziekenhuizen Zilveren Kruis toch weer onverwacht om extra geld. Toen was het vertrouwen totaal weg en ging de geldkraan dicht.

4. Hadden de toezichthouders, de NZA en de zorginspectie, niet eerder moeten ingrijpen?

In juli kregen beide ziekenhuizen al de opdracht van de inspectie om een plan op te stellen waardoor goede patiëntenzorg werd gegarandeerd, ondanks de geldproblemen. Bovendien is MC IJsselmeerziekenhuizen in augustus al onder verscherpt toezicht gesteld. Maar deze waakhonden beoordelen niet of een ziekenhuis terecht failliet gaat of niet en geven al helemaal geen geld. ,,We zijn er niet om een ziekenhuis in de lucht te houden. Het gaat ons om goede zorg in deze regio’s’’, aldus een woordvoerster van de NZA. Die toezichthouder is pas echt in beeld sinds de rechter de ziekenhuizen uitstel van betaling verleende. Inmiddels houden complete teams van uur tot uur contact en wordt gekeken of de zorgverzekeraars hun zorgplicht vervullen en patiënten netjes overplaatsen.

5. Waarom grijpt de minister van medische zorg niet in? En waarom redden wij in Nederland wel banken, maar geen ziekenhuizen?

De minister wil zelf niet reageren op die prangende vragen, ondanks meerdere verzoeken. Hij hoeft officieel ook alleen verantwoording af te leggen aan de Tweede Kamer. Zijn woordvoerster laat weten dat bewindsman ‘is aangehaakt, niet de regie voert’. Want zo is de niet-spoedeisende ziekenhuiszorg nu eenmaal geregeld in ons land: zorgverzekeraars en aanbieders moeten samen hun boontjes doppen, met de toezichthouders op de achtergrond. En als het helemaal misgaat, is het een zaak geworden van waakhonden, bewindvoerders en curatoren.

  1. Kinderen adviseren: ‘Open Oudertelefoon, ouders willen ook dingen kwijt’

    Kinderen adviseren: ‘Open Oudertele­foon, ouders willen ook dingen kwijt’

    De Nationale Raad van Kinderen heeft zojuist minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid, Welzijn en Sport geadviseerd over het taboe rond kindermishandeling. Gemiddeld zit in elke klas van dertig kinderen één kind dat te maken heeft met kindermishandeling of verwaarlozing. De 10- tot 14-jarigen adviseren vandaag op Wereld Kinderdag de vicepremier: ,,Open voor ouders een Oudertelefoon, want volwassenen willen ook dingen kwijt.’’