Volledig scherm
PREMIUM
Özcan Akyol. © ANP

Weekendschool voor jonge Turken in Nederland

columnÖzcan Akyol schrijft drie keer per week over wat hem bezighoudt.

Quote

Wie zich onderhand, na een paar decennia, wel een volwaardi­ge Nederlan­der voelt kan zelfs verketterd worden

Terwijl de Turkse economie op een nog grotere crisis dreigt af te stevenen, mede aangespoord door de ferme sancties van de Amerikaanse president Trump, sijpelde gisteren, een beetje in de marge, een ander bericht over het land door. Het deed mij de wenkbrauwen fronsen.

De Turkse overheid wil in Europa weekendscholen oprichten en financieren. Nederland wordt daarbij niet overgeslagen. De motivatie luidt dat ‘de identiteit en cultuur van jonge Turken die in het buitenland wonen moet worden behouden’.

Daar zit meteen al een akelige aanname in: hoewel sommige jongeren reeds tot de vierde generatie migrantenkinderen behoren, worden zij door de Turkse overheid nog steeds aangesproken als haar onderdanen.

Het is ook een aanmoediging: integreer en assimileer niet in het land waar je bent geboren, want de Turkse etniciteit moet op de eerste plek komen.

Wie zich onderhand, na een paar decennia, wel een volwaardige Nederlander voelt, en uit de groep wil treden, kan door sociale controle buiten de boot vallen, of zelfs verketterd worden.

Gek genoeg vond een dergelijk initiatief al eerder in ons land plaats, maar toen was het bedacht door de Nederlandse overheid: integratiebeleid met als thema ‘behoud van eigen cultuur’.

Dat hield in de praktijk in dat ik als basisschoolleerling verplicht iedere week Turkse taallessen moest volgen, terwijl we in de buurt amper Nederlands spraken en de cultuur van het land waar we woonden niet kenden.

Nu onze overheid hiervan is teruggekomen – door schade en schande wijs geworden – heeft de Turkse regering besloten om die handschoen op te nemen.

Formeel is het toegestaan. Onze politici kunnen er dus weinig tegen doen. Wél mag de vraag worden gesteld hoe het toch kan dat zoveel Turkse Nederlanders ervoor kiezen om meer te investeren in hun oorspronkelijke identiteit, in plaats van exclusief mee te doen in het land waar ze zijn geboren en ook hun toekomst moeten opbouwen.

Nog steeds zijn veel Turkse Nederlanders ontvankelijk voor dictaten uit Turkije. Ze kennen Nederlandse politici niet of nemen hun niet serieus. Dit is op de eerste plaats de verantwoordelijkheid van deze mensen zelf.

Tegelijkertijd mogen onze kabinetsleden zich weleens afvragen waarom ze nog steeds, na vijftig jaar migratie, geen vat weten te krijgen op deze groep.