Volledig scherm
PREMIUM
Langs de Boulevard in Zandvoort gaat de vlag uit voor de Formule 1 en Max Verstappen. © Chris van Mersbergen/AD

Zandvoort juicht met kippenvel op de armen: ‘Ik word er emotioneel van’

Hij komt, hij komt, de Formule 1. En Zandvoort juicht. Natuurlijk zijn er bezwaren te verzinnen, genoeg zelfs. Infrastructuur, milieu, de lelijke flats. ,,Maar de race zit de inwoners hier in het bloed. Dat kun je de mensen niet zomaar afpakken.”

Er zijn zonder veel moeite een aantal redenen op te sommen om de komst van het Formule 1-circus naar Zandvoort een slecht idee te vinden. Als de kleine sprinter uit Amsterdam station Zandvoort aan Zee binnenboemelt, slaat de schrik je als vanzelf om het hart. Eén perron, twee sporen. Hier eindigt het traject. Je kunt alleen nog maar terug.

Het stationsgebouwtje is weliswaar pittoresk, maar vooral verouderd en klein. Hoe moet dat hier volgend jaar, als tienduizenden racefans tegelijkertijd de trein terug naar huis willen nemen? Is het gammele spoornet vanuit Haarlem überhaupt op tijd opgekalefaterd om genoeg treinen te laten rijden? Vandaag zijn het er twee per uur, meer niet. 

Het huren van een ov-fiets: het is een drama. Een fietsenhokje naast het station staat volgepropt met fietsen. Wie zijn chipkaart langs de lezer haalt, ziet een fietssleutel in het kastje ernaast oplichten. Laat de fiets met corresponderend nummer nu net helemaal achterin het hok staan. Het is tillen en balanceren geblazen, niet bepaald reclame voor een groene manier van reizen.