Volledig scherm
© ANP

'Zesvoudige cafémoordenaar moet creperen van honger en dorst'

31 jaar en 11 dagen nadat hij een slachtpartij met zes doden aanrichtte in café 't Koetsiertje in Delft, probeert Cevdet Yilmaz (nu 58) vandaag opnieuw via de rechter af te dwingen dat hij onbegeleid op verlof mag. Het voedt de nooit verdwenen woede in Delft: 'Verlof? Hij moet creperen van honger en dorst.'

Quote

Als ik hem zelf zie, vermoord ik hem, snijd ik zo z'n strot door, dat meen ik

Nabestaande Bert Smits
Volledig scherm
© ANP

Hij behoort tot de grootste veroordeelde moordenaars uit de Nederlandse geschiedenis: Cevdet Yilmaz. Op 5 april 1983 schoot hij zes mensen dood in café 't Koetsiertje in Delft en nog eens vier mensen raakten gewond. Twaalf kogels suisden rond, tien waren raak. Drie dagen later werd de tengere Turk, die in 't Koetsiertje kwam vieren dat hij een Nederlands paspoort had gekregen, van zijn bed gelicht in Zaandam, waar hij was ondergedoken bij een broer.

De reden van zijn daad werd nooit echt duidelijk. Maar nog steeds wordt aangenomen dat Yilmaz werd uitgescholden voor 'kankerturk' door Ton Smits, een van de zes dodelijke slachtoffers, toen pas 31 jaar oud.

Grote muil
Ruim drie decennia later zal Bert Smits (52), de jongste broer van Ton, dat niet ontkennen. 'We komen uit een echte Delftse volksbuurt ja, daar wordt nu eenmaal plat gesproken. Ton heeft hem heus uitgescholden. Hij had gewoon een grote muil. Maar geeft dat iemand het recht zes mensen dood te schieten? Ze zeiden nog tegen Ton: zeg nou sorry tegen hem. Dus die Cevdet komt binnen, Ton loopt op hem af om sorry te zeggen en wordt als eerste neergeknald.'

Ton was 'een beetje een doerak, 't zorgenkindje van de familie', vertelt Bert. 'Wel 'ns wat met politie, iets pikken, inbraakje, maar nooit echt iemand leed aandoen.'' Ton paste precies bij het imago dat 't Koetsiertje had. Er kwamen jongens van de straat, er werd wel eens een dreun uitgedeeld. Cevdet kwam er ook. 'Als ze je Ted de Turk noemen, dan ben je wel een bekende,' zegt Bert.

Cevdet Yilmaz ging na de scheldpartij een automatisch pistool halen en schoot Ton Smits dood, maar ook Wim van Baarle, Jan van Drongelen, Wim Janssen en Tonie Sneekes en haar 12-jarige dochtertje Carmen. Tonie en Carmen waren met hun vader Gerard Sneekes in het café omdat Gerard overwoog 't Koetsiertje te kopen. Gerard Sneekes zelf werd geraakt in keel en schouder, maar overleefde. Net als kroegbaas Hans de Hoog, die intussen wel is overleden.

Rotkop
Voor Gerard Sneekes is de rechtszaak van vandaag de zoveelste herinnering aan het drama. 'We gingen alleen maar een bakkie koffie halen en dan weer weg,' vertelt de nu bijna 83-jarige Delftenaar. 'Ik weet elke seconde van die schietpartij nog. Ik zie zijn rotkop zo weer voor me. Maar ik herinner me vooral zijn ogen. Hij genoot van het moorden.'

Cevdet Yilmaz was en is een slimme man. Hij was al getrouwd en vertelde in 1997 in een documentaire dat hij 'in de war was omdat hij werd aangevallen en daardoor geen controle meer had'. Ton Smits zou Yilmaz hebben geslagen. Yilmaz moet bang zijn geweest. Een broer van hem was in Nederland vermoord.

Romke Wybenga is de advocaat van Yilmaz, zijn kantoor staat de 'killer van 't Koetsiertje' al 31 jaar bij. Dat van die vermoorde broer klopt, maar Wybenga laat zich verder weinig uit over de omstandigheden van Cevdet Yilmaz, in zijn ogen te vaak en te gemakkelijk afgeschilderd als 'een harteloze slager'. 'Ik zeg alleen: er zijn vreselijke daden die bewust worden gepleegd en die ónbewust worden gepleegd.'

Het zijn dat soort excuses die de nabestaanden tot op de dag van vandaag razend maken. Net als het feit dat de tot levenslang veroordeelde Yilmaz enkele jaren terug al probeerde via de rechter onbegeleid verlof af te dwingen, en het feit dat hij al 12 jaar wél onder begeleiding af en toe met verlof mag uit de tbs-kliniek waar hij sinds 2001 verblijft.

'Het leed dat zo'n man aanricht houdt niet op bij het verlies van je broer,' zegt Bert Smits. 'Mijn vader stierf 7 maanden later van verdriet. Als die Cevdet straks zonder begeleiding mag rondlopen, is het niet veilig voor hem. Er zijn zeker nabestaanden die hem willen pakken. Als ik hem zelf zie, vermoord ik hem, snijd ik zo z'n strot door, dat meen ik.'

Ook Gerard Sneekes is nog steeds verbitterd. ,,Van mij mag hij tot aan zijn dood creperen van honger en dorst in de cel, maar ze vertroetelen hem. Ik wil het vergeten maar het lukt nooit. De hogere heren beslissen over hem, ik ben maar een onbeduidende nabestaande.''