Ad Vermeer werd op zijn negentigste verjaardag verrast door buurtgenoten
Volledig scherm
Ad Vermeer werd op zijn negentigste verjaardag verrast door buurtgenoten © Jan Zandee

Tóch een feestmuts voor 90-jarige Ad uit Haaren

HAAREN - Het is mogelijk: een verrassende verjaardag, ook al heerst er corona. De 90-jarige Ad Vermeer uit Haaren kan erover meepraten.

Met een brede glimlach komt hij de voordeur uit. ,,Wat geweldig dit!" Ad Vermeer uit Haaren zou gisteren (zondag) zijn negentigste verjaardag vieren, maar het coronavirus stak er een stokje voor. Zijn buurtgenoten die ook voor het feestje waren uitgenodigd, bedachten een leuk alternatief voor zaterdag. ,,Ad gaat altijd vroeg slapen en toen hebben we vrijdagavond de tuin versierd", legt zijn buurvrouw Connie van de Wiel uit. ,,Heel stilletjes en we mochten elkaar natuurlijk niet aanraken." 

Feeststoel

Terwijl Vermeer de voortuin in loopt, waar hij op een feeststoel moet gaan zitten, zingen de twintig buurtgenoten hem luidkeels toe, op gepaste afstand van elkaar. Vermeer is zichtbaar blij met de aubade en krijgt nog gauw een papieren feestmuts op zijn hoofd geduwd, gemaakt door zijn overbuurvrouw Anne-Katrien Ausems, die ook het kleurige spandoek heeft gemaakt met daarop 'Ad 90 jaar'. 

Zodra Vermeer zit, krijgt hij een stuk taart van zijn andere buurvrouw Maria de Bok. En een pot met bloeiende planten uit handen van de Wiel, die het prijsje er nog gauw even afpeutert. ,,Deze is van de buurt.” Vermeer blijft stralen. ,,Ik hou er niet zo van om op de voorgrond te treden, maar dit is wel heel erg leuk. Mijn zoon uit Groningen kan niet komen. Hij moet geen risico's nemen. Hij heeft een groot melkveebedrijf en moet niet ziek worden! Maar hij heeft al gebeld." 

(Tekst gaat verder onder de foto)

Ad Vermeer werd op zijn negentigste verjaardag verrast door buurtgenoten
Volledig scherm
Ad Vermeer werd op zijn negentigste verjaardag verrast door buurtgenoten © Jan Zandee

Nette jas

De vraag of hij het niet koud heeft, terwijl hij in zijn nette jasje op de tuinstoel zit, wuift hij weg. ,,Nee hoor, ik heb het niet koud. Ik ben nog jong!" Buurvrouw De Bok grinnikt. ,,Ik kreeg een telefoontje van zijn dochter of ik ervoor wilde zorgen dat Ad in zijn nette jas naar buiten ging. Toen ik vanochtend naar hem toe ging, had hij zijn nette jas al aan.”

Ze vervolgt: ,,Hij had nog niets in de gaten. Ik hield hem maar aan de praat. Pas toen er werd aangebeld, keek hij naar buiten en zag alle slingers en mensen." Of er te zijner tijd nog een feestje komt? Vermeer denkt even na. ,,Eerst maar eens wachten tot het coronavirus weg is, dan zien we wel weer."